Toeristische info
Toeristische info van andere landen en streken
Lanzarote, het lavaland
Het meest eigenzinnige van de zes Canarische eilanden kent een nog jonge geschiedenis vol vulkaanuitbarstingen. Lanzarote dankt zijn succes in de eerste plaats aan dat zonovergoten klimaat en nauwelijks regen.
Een paradijs voor zonnekloppers waarvan het ene toeristische centrum al prestigieuzer dan het andere is. Ik verblijf in Costa Teguise met een reeks stijlvolle hotels voor een select publiek dat vooral op rust is gesteld.
Met haar centrale ligging op enkele kilometers van hoofdstad Arecife, is de Costa Teguise bovendien een ideale uitvalbasis om het eiland grondig te verkennen.
Cactuskunstenaar
Hoewel Lanzarote amper 60 km lang bij 21 km breed is, heerst er een wereld van verschil tussen het noorden en het zuiden van het eiland.
Het noorden bleef ruw en authentiek, met vissersdorpjes als Arieta en Orzola die ontsnappen aan het massatoerisme.
Het zuiden is toeristischer en moet het hebben van zijn badplaatsen Playa Blanca en het iets centraler gelegen Puerto del Carmen.
In het noorden bezoek ik El Jardin de Cactus. Stekelige planten hebben me nooit echt aangesproken, maar deze tuin is het laatste werk van de hand van kunstenaar Cesar Manrique en daarvoor wil ik wel even tijd maken. De tuin ligt in een voormalige lappi-li-mijn. Op de terrassen groeien meer dan duizend soorten cactussen in de schaduw van een oude windmolen.
Lappili zijn poreuze lavaschilfers die het vocht uit de lucht opnemen en gebruikt worden om de akkers toe te dekken.
Deze unieke manier van droge akkerbouw is typisch voor Lanzarote, net zoals de stempel die Cesar Manrique op het eiland drukt.
Jarenlang ijverde de omstreden kunstenaar voor het behoud van traditionele waarden en de beperking van het toerisme. Zijn abstracte werk staat verspreid over het ganse eiland. Op belangrijke kruispunten installeerde hij speeltjes voor de wind en de meeste bezienswaardigheden dragen zijn stempel.
In Tahiche werd in zijn privéwoning een museum ondergebracht. Je treft er een aangename mix van kunst en architectuur, met een labyrint van natuurlijke ondergrondse gangen die als een aards paradijs in de woning zijn geïntegreerd.
Vulkanische grotten
Er hangt een mysterieuze sfeer rond Los Jameos del Agua, dat het natuurlijke verlengde vormt van de amper twee kilometer verder gelegen Cuevas de los verdes.
Beide grotten maken deel uit van een zeven kilometer lange lavatunnel die 3.000 tot 4.500 jaar geleden gevormd is door de eruptie van de nabijgelegen Corona-vulkaan. De tunnel, de langste ter wereld, loopt van de vulkaan tot in de Atlantische Oceaan en zet zijn weg voort onder de zeespiegel.
In dit deel van de koker ontdekte een expeditie van de National Geographic Society enkele jaren geleden verschillende interessante vormen van diepzeeleven, zoals witte blinde krabbetjes. Een duikerspak aantrekken hoeft niet, want je vindt ze ook in het ondergrondse meer van Los Jameos del Agua dat via de poreuze lavaformaties in verbinding staat met de oceaan.
Echte grotten in de letterlijke zin van het woord kun je Los Jameos Del Agua niet noemen.
Het gaat eerder om een aaneenschakeling van schachten die ontstaan zijn op plaatsen waar de lava niet stevig genoeg was en de boel instortte.
Als bezoeker krijg je er een subtiel spel van de lava met het daglicht en het obscure te zien. Voor het uitwerken van de site deed de overheid een beroep op Cesar Manrique die de natuurlijke pracht harmonieus integreerde in een voor de toeristen ontworpen Utopia, met als hoogtepunt een auditorium voor 600 toeschouwers in de rots. De akoestiek is er uniek, de sfeer trouwens ook.
Twee kilometer landinwaarts sta ik voor de Cuevas de los verdes opnieuw te trappelen om in het binnenste van Lanzarote te dringen. In de 17de eeuw verstopten de inwoners zich in deze grotten voor de Noord-Afrikaanse slavenhandelaars en piraten. Vandaag kun je met een gids de twee kilometer lange galerijen ontdekken. Niet aanbevolen als je aan claustrofobie lijdt, want anders dan in Los Jameos del Agua dringt hier geen daglicht binnen en soms zijn de galerijen wel heel smal. In de hoofdkoker heeft zich een ruime galerij gevormd waar in oktober concerten plaatsvinden.
Mooi en meedogenloos
In het noordelijkste punt van Lanzarote, op de bijna vijfhonderd meter hoge basaltkliffen van La Bateria, parkeer ik voor de Mirador del Rio.
Het prachtige panorama van dit punt dat als een oninneembaar bolwerk boven de zee-engte tussen Lanzarote en het eiland Graciosa hangt, ligt ondanks de jaren nog vers in mijn geheugen. Het is ook het eerste bouwwerk dat Manrique op zijn naam schreef.
Uit respect voor de omliggende natuur liet hij de gevel in lavablokken optrekken. Het interieur richtte hij in als bar-restaurant, omringd door terrassen die een weids uitzicht bieden op het onderliggende kleurenspel van de zoutpannen.
De weg naar Haria is steil en verraderlijk bochtig. Net over de top lijkt het alsof ik een pagina in een boek omsla. Grijze dorre lavaformaties veranderen in een oase met wel duizend palmbomen. Langs de voormalige hoofdstad Teguise rij ik vervolgens naar de Playa Famara dat de eilandbewoners bestempelen als het mooiste strand van Lanzarote.
Zoutpannen
De volgende dag zet ik koers naar het zuiden en maak een ommetje langs Puerto del Carmen, met zijn uitgerekte zandstranden één van de topbestemmingen van Lanzarote.
De langgerekte zeepromenade wisselt hotels af met restaurants en discotheken. Op zoek naar strandplezier en een flinke dosis avondvertier ben je hier aan het juiste adres.
Onderweg naar El Golfo confronteren de kleurrijke zoutpannen in de baai van Janubio de toerist andermaal met de teloorgegane zoutindustrie van Lanzarote. Vroeger zorgde de zoutextractie voor aanzienlijke inkomsten, tegenwoordig is de ontzilting voor huishoudelijk gebruik een noodzakelijke en dure aangelegenheid.
El Golfo heeft zijn succes helemaal te danken aan de groene lagune die zich binnen de halfkrater nabij het dorp heeft gevormd.
De ene helft heeft zich kunnen handhaven op het land, terwijl de golven de andere genadeloos overspoelden.
Het door de poreuze lavagrond insijpelende zeewater zorgt er ook voor dat het met algen doordrenkte kratermeer nooit droogstaat.
Aan de rand van het wandelpad bieden straatventers Olivien aan, een vulkanische edelsteen zonder waar-de, groenachtig gekleurd door de ingesloten ijzersilicaten. Een product van de vuurbergen van de Timanfaya die zich op de achtergrond aftekent..
Hete barbecue
Het is aanschuiven aan de voet van het nationale park dat zich in het epicentrum van de uitbarstingen van de Timanfaya bevindt. Vroeger mocht je met je auto de 14 km lange route doorheen de vulkanen afleggen.
Tegenwoordig kan dat enkel nog met een bus waarbij een audiocassette je in het Spaans, het Engels en het Duits vertelt over de verschrikkelijke uitbarstingen die hier van 1730 tot 1736 plaatsvonden.
Er valt geen streepje groen te bespeuren in het door de lava gevormde landschap. De catastrofe moet verschrikkelijk zijn geweest.
Vandaag is het gevaar geweken en verkeert de vuurberg in een diepe slaap. Dat belet niet dat de temperatuur er toch nog aardig oploopt.
Op een diepte van amper enkele meters meten onderzoekers nog altijd meer dan 600° Celsius.
In het restaurant van het bezoekerscentrum resulteert dat in gratis vloer-verwarming en een barbecue van vlees en vis op ter plekke opgedolven smeulende lava.
Buiten benutten de parkwachters die hitte om leuke experimenten uit te voeren met water en stro.
Zo is er een stalen buis in de grond geboord waarin een parkwachter een emmer water giet die nauwelijks enkele seconden later als stoom weerkeert.
Praktisch
Toeristische dienst:
Spaanse Dienst voor Toerisme, Koningsstraat 97, 1000 Brussel
tel. 02-280 19 26 fax 02-230 21 47 bruselas@tourspain.es
Internet: