Toeristische info van landen en streken
Toeristische info van andere landen: |
||
|---|---|---|
Dwalen door Praag
Het is valavond, lauw-warm, de rosse gloed van de straatlantaarns doet de pracht van de gebouwen nog beter uitkomen.
Het caféterras is té uitnodigend, ik heb een hele dag door Praag gezworven en vind dat ik een biertje heb verdiend. Ik ben de dagwandeling begonnen bij hotel Renaissance aan de zwarte Kruittoren. Dat is een overblijfsel van de vroegere stadswallen, waar - de naam zegt het al - buskruit werd bewaard. Ik loop verder naar het 'nieuwe' stadhuis.
Alleen al de ingang is een plaatje in de zuiverste Jugendstil. In het begin van de eeuw was Praag hét centrum van die kunstrichting.
De stad wordt in ijltempo opgekalefaterd, na jaren verwaarlozing. Van onder het roet en het stof komt een reeks prachtige gebouwen te voorschijn, niet alleen in Jugendstil maar ook veel en veel ouder. De Middeleeuwse wortels van Praag komen aan de oppervlakte.
Op deze plek kruisten immers de handelswegen van bij ons over Frankfurt naar Kiev en die van Krakau naar Wenen en Boedapest.
Het grote marktplein, al vernoemd in een tekst van het jaar 1100, werd zo de belangrijkste handelsplek van Bohemen, zelfs van heel Midden-Europa. De stad was rijk en liet dat ook zien.
Prestigieuze gebouwen werden opgetrokken, gotische kerken en middeleeuwse paleizen rezen uit de grond. Door het drukke handelsverkeer met de rest van Europa kwamen bouwmeesters uit Oostenrijk, Frankrijk en de Lage Landen in Praag terecht. Ze hebben er juweeltjes achtergelaten.
Met de groeten van de apostelen
Zoals het oude stadhuis aan de rand van de markt. Ieder uur staat aan de zuidgevel een massa volk.
Dan komt de beroemde klok Orloj van de zeven apostelen in werking. Die geeft niet alleen het uur aan, maar ook de stand van de sterrenbeelden en het opkomen en ondergaan van de zon en de maan.
Op slag van elk uur gaan er luikjes open en groeten apostelen en een zegenende Christus het volk. Naast de klik bewegen Magere Hein, een Turk, een vrek en een ijdeltuit.
De klok werd door ene Nicolaas in 1410 gebouwd, maar na zijn dood viel ze stil. Pas tachtig jaar later was de geniale klokkenmaker Hanus erin geslaagd het mechanisme aan de praat te krijgen en zelfs te vervolmaken. Maar toen die blind werd en stierf, herhaalde de geschiedenis zich. Orloj viel stil. Pas in 1865 werd ze grondig hersteld. Hier moet ik terugkomen, het spektakel is te snel voorbij om alles te zien. Straks, tegen de middag, staat de zon net goed voor de foto's.
Binnen in het oude stadhuis loop ik onder gewelven van de 13de eeuw door de ridderzaal, nu een ruimte voor tentoonstellingen. Zelfs de taterende toeristen worden er stil van.
Bij de klim naar de top van de toren ben ik bijna alleen. Trappen, trappen, maar de dag is nog jong en het uitzicht is adembenemend. Het is alsof ik de stad met de honderd torens, zoals Praag ook wordt genoemd, in mijn handen kan nemen.
Pas nu krijg ik zicht op de prachtige gevel en de torens van de Teynkerk aan de overkant van de markt. Daarheen dus.
Rijkdom voor de armen
Ik loop eerst rond het standbeeld voor Jan Hus, dat het marktplein beheerst. Hus was een theoloog die in de 15de eeuw van leer trok tegen wat hij ontoelaatbare financiële praktijken in de Roomse kerk noemde.
Hij wilde de rijkdom van kerken en kloosters onder de armen verdelen en predikte soberheid en armoede voor de priesters. Hus was ook een nationalist en keerde zich tegen de stijgende invloed van de Duitsers in de clerus en bij het bestuur van het land.
Dat is hem niet goed bekomen. In 1415 sloeg de paus hem in de ban en stierf hij op de brandstapel.
Maar het volk, dat zijn preken met veel instemming had gevolgd, kwam in opstand. De 'Hussieten' gooiden zich in de strijd en beheersten al snel heel Bohemen en Moravië, zelfs stukken van Oostenrijk en van Hongarije. Interne ruzie en zelfs verraad maakte een einde aan die volksopstand.
Ik kan die geschiedenis nog eens overdenken als ik in de Teyn sta. Een echt typische gotische kerk, statig, vol licht en met een imponerende schoonheid. Hier vierden die Hussieten hun eucharistie met brood en wijn voor iedereen, hier preekten hun voorgangers rechtstreeks uit de Schrift.
Bruisende stad
Op het plein wordt het almaar drukker. Een man in een 18de eeuws pak met pruik en kniekousen duwt me een papier in de hand. Mozartconcert in de Nationale Opera. Wat verder deelt een andere reclame uit voor een poppentheater. Praag bruist van leven, dag en nacht.
Ik sla de straat in naar de oever van de Vltava (in het Duits Moldau) maar de commercie haalt mij in. Als het geen fotofilmpjes zijn of gekke hoeden, dan willen straatverkopers uurwerken, poppen of kakelende kuikens aan mij kwijt. Zonder mij te laten verleiden bereik ik het Kruisvaardersplein voor de Karelsbrug - en sta verstomd. Recht voor mij staat de donkere, strenge, middeleeuwse bruggetoren, rechts juicht de barok van de Franciscuskerk.
Links wordt een oude watermolen hersteld, de verdiepingen erboven zijn in prachtige pastelkleuren geschilderd. Kinderen spelen rond het standbeeld van Koning Karel, de man die van Praag in de 14de eeuw de tweede grootste stad van Europa maakte.
Alleen Parijs deed toen beter. Ik zet mij op de trappen en kijk naar de overkant van de rivier, naar de Praagse burcht en de torens van de St.-Vituskathedraal. Daar wil ik heen - eerst de brug over.
De Karelsbrug ken ik van foto's en posters - maar nu ik er zelf over wandel onderga ik de schoonheid van de omgeving intens.
Het snelle water van de rivier schuift geruisloos onder de wandelbrug door. Tekenaars stellen hun werk voor, een meisje verkoopt zelfgemaakte juwelen, fototoestellen klikken en een gids spoort zijn volgelingen aan tot meer spoed.
De brug is versierd met levensgrote heiligenbeelden. Bij het einde van de brug is het drummen om door de mensenstroom te komen.
Ik loop de straat naar boven, langsheen de talloze winkels met Boheems kristal en toeristische souvenirs - en de vele wisselkantoren.
Nergens zag ik zoveel mogelijkheden om inlands geld aan te schaffen als in Praag - en nog meer gelegenheden om het uit te geven.
Aan de Niklaasdom ga ik naar rechts en neem de trappen naar de Praagse burcht.
Die staat inderdaad op een hoge rotspunt, die over de bocht van de Vltava uitkijkt. Als ik boven ben, word in onthaald op muziek van de Praagse componist Smetana, de 'Moldau' inderdaad. Vier klassieke muzikanten halen uit hobo, violen en cello een unieke sfeer boven. Daar wil ik enige kronen aan kwijt.
Sint-Vitus is helemaal gerestaureerd tot een parel van gotiek, zowel binnen als buiten. Het loont de moeite om met het hoofd in de nek langsheen de kerk te lopen.
De waterspuwer - niet alleen duivels, ook een dame met een lange tong - zijn merkwaardig.
Het beroemde Gouden Straatje, met kleine huisjes in felle kleuren, loopt stampvol volk. Ik sla het over.
Heiligheid met boenwas en zeep
Het wordt ook druk op het grote plein bij de burcht. Zowat alle bussen met toeristen rijden tot hier, laden af en vragen de mensen de afdaling van hradcany (burcht) naar Staré Mesto (oude stad) te voet te doen. Ik loop dus eens te meer tegen de stroom in. Het is middag, aflossing van de wacht. Een veertigtal smetteloos uitgeruste soldaten marcheert in strak gelid over het plein.
Het geluid van de hakken op de kasseien overstemt de eenzame viool van een oude straatmuzikant.
Ik loop in de richting van het Strahovklooster. Het is middag en een rits restaurants nodigt uit. Ik stap onder een lage stenen boog naar een letterlijk donkerbruine kroeg, mij door een kennis aangeraden.
Een omelet met brood kost veertig kronen, een glas bier tien.
Er zitten zwijgende mannen en een paar vrouwen te drinken en te roken.
Ik schuif gewoon aan de grote tafel aan, knik goeie dag en bestel, wijzend op het menu en zeg het enige woord Tsjechisch dat ik foutloos kan uitspreken: Pivo, bier.
Het eten komt snel, is heet en lekker. Mijn glaasje is leeg en er komt sofort een vol.
Met rond te kijken leer ik dat je het bierkaartje op het glas moet leggen als je er geen meer wil.
Gesterkt voor de rest van de tocht kom ik bij het klooster aan. Pech. De barokke kerk is dicht, ik kan net als de andere bezoekers enkel door een raampje iets van het rijk versierde interieur zien.
De uitleg hangt viertalig aan de deur: er is al zoveel waardevols gestolen dat deze drastische maatregel nodig is. Dan maar naar de bibliotheek ernaast, waar de belangrijkste handschriften en boeken ven het land worden bewaard. Zelfs wie geen boekenwurm is, krijgt hier de kriebels.
Prachtige fresco's op de halfronde plafonds maken dat er een bijna gewijde sfeer hangt. Je vindt er bijbels in zowat alle talen die er bestaan, plus 130.000 boeken over theologie en filosofie. Ondanks die heiligheid ruikt het er gezond naar boenwas en zeep.
Buiten leun ik over de reling en geniet van het uitzicht over de stad. Het goud van de daken glanst in de zon, de rivier blinkt zoals een rivier hoort te doen en ik verbaas mij over het vele groen dat ik van hierboven opmerk.
Slapen in cellen
Onder een doorgang - een van de vele in Praag - kom ik bij een ommuurde tuin. Het is alles wat nog overblijft van een franciskanerklooster, een verademing na de drukte op het plein.
Een rozentuin en bankjes, achter een moderne smeedijzeren deur waarop beelden uit het leven van Sint Franciscus zijn afgebeeld.
Ik loop verder tot aan het grote, gore politiegebouw. Tegenover de ingang is de Konviktclub, een internationaal café-restaurant waar jongeren van overal komen en voor elkaar briefjes kunnen achterlaten. De koffie is een aanrader.
Iets verder is het bij studenten bekende pension Unitas, een omgebouwde gevangenis, misschien wel het goedkoopste logies van Praag als je de metro niet meetelt.
De concurrentie tussen goedkope pensions en hotelletjes is groot. Iedereen wil van de toeristenstroom een graantje meepikken.
Moord op tienduizenden joden
Ik ga tot aan de Vysehrad-burcht, die vroeger dreigend boven de oever uitstak. Over een van de vele bruggen kom ik toch weer in Malà Strana terecht.
Ik heb een plan van de stad in mijn jas zitten, maar dat is voor als ik echt verloren loop. Dwalen door de stad, de kleuren, geuren indrinken - en genieten van de zon op mijn rug.
In een van de straatjes die naar boven leiden zie ik een opschrift U Krale Brabatskeho, in de koning van Brabant. Daar kan ik als Brabander natuurlijk niet voorbij - maar de kroeg gaat pas om 12 uur open. Nee, niet de Karelsbrug deze keer.
Een eindje verderop, aan de Maria Magdalenakapel, steek ik weer de Vltava over - en kom pal in de vroegere joodse wijk terecht. Josefov. Praag had een zeer belangrijke joodse gemeenschap, tot de nazi's genadeloos toesloegen.
Tienduizenden zijn vermoord in kampen en gaskamers. Maar ze worden blijvend herinnerd.
Aan de gevel van zijn vroegere woonst hangt een gesmeed reliëfportret van de schrijver Franz Kafka. Zijn beklemmende, onvergetelijke boeken waren voor de nazi's ontaarde kunst en werden dus verbrand.
Bij de verschillende synagogen is er veel volk. Boven de ingang staat er bij elke synagoge een typische puntmuts midden de Davidster. In de Middeleeuwen waren de joden verplicht op zo'n muts te dragen als herkenningsteken.
Dromerig loop ik langs de fraaie huizen van de vroegere joodse wijk naar de aanlegkade van de rondvaartboten.
PRAKTISCH
Informatie en documentatie:
Tsjechisch Bureau voor Toerisme, A. Buyllaan 150, 1050 Brussel
tel. 02-641 89 45 fax 02-644 51 21 info-be@czechtourism.com
Internet:
