Toeristische info
Toeristische info van andere landen en streken
Zwitserland: Uf Wiederluege in Ballenberg !
Een bezoek aan Ballenberg, het Zwitserse Bokrijk is een echte belevenis: zowel voor jonge mensen die willen weten waarom iets zo is, als voor ouderen die wel wisten waarom, maar het vergeten zijn. Eens je er geweest bent, kom je zeker terug.
Openluchtmuseum
Dit openluchtmuseum heeft niets ouderwets noch kan je het muf noemen. De poging om de realiteit van vroeger treffend en tastbaar weer te geven is merkwaardig goed gelukt.
Tussen Luzern en Bern, niet ver van Interlaken en op een boogscheut van de Brünigpas heb je midden tussen de bergen
80 hectare park waarin je je onmiddellijk op je gemak voelt: zo'n 80 historisch waardevolle en bedreigde huizen uit alle streken van Zwitserland bouwde men steen voor steen opnieuw op, zoveel mogelijk in een natuurlijke omgeving.
Veel aandacht wordt daarbij geschonken aan authenticiteit, van de meubilering, de huisarbeid en de moestuin tot en met de veestapel die erbij hoorde.
De streek waar het museum ligt, bevindt zich in de uitlopers van de Aaregletscher die een vruchtbare humuslaag heeft achtergelaten: een ideale voedingsbodem om allerlei gewassen tot bloei te laten komen.
Ook de föhn draagt daar toe bij: deze warme en zeer droge wind kan de luchttemperatuur op enkele uren tijd met bijna 20 graden verhogen, wat een gunstig effect heeft op het ontluiken van de vegetatie. Daarom is het mooiste moment om Ballenberg te bezoeken het voorjaar met zijn kleurrijke bloemenpracht.
Meer dan een reclameslogan
Liebe Eltern, bevor sie behaupten früher sei alles besser gewesen, sollten sie uns besuchen. ** Deze aansporing op affiches om Ballenberg te bezoeken, zet meteen ook de toon waarmee dit museum tot stand gekomen is. Toen men er in 1978 mee begon, was het niet de bedoeling om het verleden langs zijn mooiste kan te laten zien, maar wel om zo getrouw mogelijk de leefwijze van vroeger te tonen, met zijn aantrekkelijke, maar ook met zijn ruwe kanten.
Zo ondervind je bijvoorbeeld aan den lijve wat het betekent te leven in de tijd dat de huizen nog niet de beschikking hadden over een schouw: je ziet de rook zo door het dak trekken ! Men profiteerde er tegelijk van om spek en worst aan het plafond op te hangen en te laten roken.
Bovendien werkte deze rook ook conserverend voor het hout van plafond en wand. Men stond er niet bij stil dat men ook zichzelf daarbij letterlijk uitrookte.
De grote haardvuren verslonden hout: in de 17de eeuw ontstond zo zelfs houtschaarste. Reglementering zorgde ervoor dat (toen reeds !) spaarkachels hun intrede deden. Denk bijvoorbeeld aan de bekende tegelkachels die langdurig warmte geven met een minimum aan brandstof.
Tegelijk was het risico op brand ook zeer reëel. Een magazijn dat ietwat apart staat van het huis was bedoeld om voorraden in op te slaan; na een brand kon men zo toch overleven.
Deze ruimte werd dan ook gebouwd naar de hoofdwindrichting toe. In sommige streken werd niet één huis gebouwd, maar verschillende alleenstaande gebouwen (woonhuis, stal en hooischuur) verdeelden het risico bij brand, overstroming of lawine.
Het is wel zo dat je in Ballenberg vooral huizen aantreft van de begoede bevolking. Woningen van arme burgers en boeren hebben de tand des tijds nauwelijks overleefd en ook hun gebruiksvoorwerpen bewaarden de latere generaties niet.
In vele huizen vind je trouwens bijna geen kasten: omdat men niet veel had, moest men ook weinig opbergen. Vandaar de grote ruimten die opvallen in de verschillende kamers. Zo ze al huizen hadden, waren deze gebouwd naar het voorbeeld van de grote boerderijen, maar dan wel veel kleiner. In de petieterige stal stond het enige stuk vee dat ze zich konden permitteren: een varken, de koe van de arme man.
Een museum dat leeft !
Op vele plaatsen in Ballenberg vind je mensen die daadwerkelijk bezig zijn: een hoefsmid, een pottenbakster, een kalligraaf, een bakker, een weefster, een schoenlapper. Zij doen alles op een zuiver artisanale manier, zoals onze voorouders het ook deden.
Ook de dieren doen mee: soorten die bijna uitgestorven waren, hebben hier verder kunnen kweken; zo bijvoorbeeld wolharige weidevarkens, Rätisch "grauwvee", Appenzeller pluimvee en vele soorten schapen.
Sommige soorten werden gevonden op afgelegen boerenerven waar ze niet bedreigd waren. Eén ras vinden we echter niet meer terug: het speciale koeieras dat in de 18de eeuw gekweekt werd, had een schofthoogte van slechts 1,2 m. om in de lage stallen te "passen".
Op 't eerste zicht kan de indeling en de bewegwijzering van het museum wat chaotisch overkomen, maar het is beslist niet de bedoeling dat je een vooraf gepland pad volgt. Je bent vrij eerst naar Ticino te gaan, vervolgens de streek van de Jura te bezoeken om te eindigen bij het kanton Graubünden: zo kan je alle 13 streken verkennen op je eigen manier. Wegwijzers en legenden bij de verschillende woongroepen helpen je daarbij. De gedrukte gids (in 't Duits, Frans, Engels en Italiaans) is leesbaar geschreven vanuit de gedrevenheid van een kenner. Hij staat vol wijsheden en anekdotes uit het verleden.
Je voelt je soms voyeur
Toezicht is haast onbestaande, terwijl je toch in vrijwel alle ruimten vrij kan rondlopen. De bidprentjes staan onaangeroerd op de buffetkast, het boek ligt open op de tafel, de pan staat op het vuur. Ook dit vertrouwen in de bezoeker maakt dat je je niet in een museum waant. Soms voel je je wel wat gegeneerd omdat het net lijkt of je zo in de echte leefwereld van mensen terecht gekomen bent.
Bij de heropbouw van de huizen heeft men uiteraard gewerkt met bestaande materialen, maar ook oude, bijna vergeten technieken gebruikte men.
Rieten daken vormden vroeger in bepaalde streken dè hoofdmoot van de dakbedekking tot strenge (brand)reglementering dit sterk aan banden legde. Slechts weinig huizen zijn nog op die manier getooid.
Ecologie en museum hand in hand
Alle dieren en gewassen worden in dit museum op traditionele manieren gekweekt; chemische bestrijdingsmiddelen zijn er onbestaand. Op vele plaatsen vind je haast vergeten bloemen, struiken en kruiden. Zwitserland kende vanaf eind van de jaren 1700 onder Franse invloed een bloeiende tuincultuur. Vele uitheemse gewassen werden gecultiveerd en aangepast aan het plaatselijk klimaat. Zo ook de geranium; wist je trouwens dat deze oorspronkelijk uit Zuid-Amerika stamt ?
Gastfreundschaft
De oorspronkelijke inwoners van Helvetia waren van huis uit zeer gastvrij: elke vreemdeling die erom vroeg, kreeg voeding en onderdak. Dit leidde echter tot zware misbruiken en de overheid moest ingrijpen. In de Middeleeuwen bleven slechts de kloosters over die deze taak op zich namen.
Om tegemoet te komen aan de vragen van de vele reizigers (Zwitserland ligt op een knooppunt van wegen, tussen Noord en Zuid) schoten daarna langs drukke verkeersaders commerciële tavernes en "gasthuizen" als paddestoelen uit de grond. De toerist van vandaag heeft dan ook een ruime keuze aan toeristische infrastructuur tot zijn beschikking.
De eerste toeristen vinden we in Berner Oberland: zij bezochten er reeds eind van de 18de eeuw de meren, idyllische dorpjes en gletschers. Uit reisdagboeken van toen leren we ook dat ze de landelijke gebruiken, volksmuziek en Trachtengruppen wisten te appreciëren.
Zeker niet vergeten: je fototoestel/videocamera
Inderdaad: je kan er prachtige opnamen maken, niet alleen van de huizen, hun "bewoners" en hun manier van leven, maar ook van de omgeving. Zoveel pittoresk op één plaats samengebracht: dat vind je nergens. Neem dus maar enkele reservefilmpjes mee.
De omgeving
Zoals gezegd ligt Ballenberg in Berner Oberland, één van de mooiste streken van Zwitserland, waar je minstens enkele dagen kan verblijven.
Op een boogscheut ten Oosten ligt de bekende 4-passentocht: Gotthard, Furka, Grimsel en Süsten, open van juni tot september.
Als je houdt van het hooggebergte en je wil of kan je niet of moeilijk verplaatsen, dan is dit de ideale manier om te genieten van immense uitzichten en zuivere lucht.
In westelijke richting heb je Grindelwald, Mürren en Wengen die uitzicht bieden op enkele vierduizenders: Jungfrau, Eiger en Mönch.
Het zijn klinkende namen die mee het succes van het toerisme in Zwitserland hebben bepaald.
Tegenwoordig zijn vele hotels kompleet tweetalig: Duits en Japans.
Als complement bij dit museum kan je ook eens langs gaan in het geboortedorp van Bruder Klaus in Flüeli-Ranft, vlakbij Sarnen en zo'n 20 kilometer van Luzern. Zijn geboorte- en het woonhuis uit de 15de eeuw zijn nog intact en vormen een prima aanvulling bij dit museum.
Waarschuwing: een bezoek aan dit museum kan gevolgen hebben !
Na een bezoek aan Ballenberg bekijk je Zwitserland, zijn geschiedenis en zijn bewoners op een andere manier. De ondertitel van het museum luidt immers: "das Erlebnis" (een belevenis). Misschien ga je voortaan je leven zelf op een andere manier ervaren.
Praktisch
Ballenberg ligt met de wagen op een klein uurtje van Luzern (ingang Brienzwiler) en een half uurtje van Interlaken (ingang Hofstetten). Met de trein rij je tot Brienz waar een pendelbus je oppikt. Een wandelpad loopt van het station Brienzwiler naar het museum.
Het museum is elke dag open van 10 tot 17 u. en dit in de periode van half april tot eind oktober.
In drie restaurants en een café kan je terecht voor een hapje en een drankje. Verder zijn er veel picknickplaatsen en ook bij een aantal barbecues kan je je zelf meegebrachte vlees roosteren.
Ter plaatse heb je een ruime keuze aan artisanaal gemaakte dingen zoals op hout gebakken brood, gerookte ham en worst, kruiden, alpenkaas, boerenhemden enz.
Vele van die artikelen kan je ter plaatse zien maken. Hebben de kinderen ooit al een paard zien beslaan ? Of een kalligraaf aan 't werk gezien ? Of weten ze hoe men kaas maakt ? Het vindt het er allemaal.
Nog nuttig:
- Schweizerisches Freilichtmuseum Ballenberg, Postfach, 3855 Brienz; tel. 033 951 11 23; fax: 033 951 18 2;
- Tourismusverein Brienz; tel. 033 951 32 42; fax: 033 951 35 73
Web: www.ballenberg.ch
* "Tot ziens in het Schwyzerdütsch"
** "Beste ouders: vóór je gaat beweren dat vroeger alles veel beter was, moet je ons een bezoek brengen"