Toeristische info van landen en streken
Toeristische info van Duitsland |
||
|---|---|---|
Moezelstad Trier
'Die Mosel' ofte de Moezel ontspringt in de Vogezen en vormt verder een stukje grens tussen Luxemburg en Duitsland.
De naam Moezel roept bij ons meteen beelden op van groene meanders tussen Trier en Koblenz. Daar duikt de rivier de Rijn in. Op ons netvlies verschijnen wijnstokken op de hellingen.
Trier gaat er prat op de oudste stad van Duitsland te zijn. Zo'n 50 jaar voor Christus zwalpte Julius Caesar rond in onze streken, op zoek naar onderwerpen voor zijn boek 'De bello gallico' (Over de Gallische oorlog).
Op de plaats waar nu Trier ligt was er een nederzetting van de Trevieren.
Deze Galliërs voelden er niets voor hun kostbaar bloed te vergieten en gaven zich vrijwillig aan Caesar over. Zij waren dus niet de dappersten onder de Galliërs. Het was even wachten tot 15 voor Christus toen keizer Augustus op het idee kwam Augusta Trevorum te stichten.
De Romeinen brachten de stad tot grote bloei. Treveris was gemakkelijker als afkorting. Het toekomstige Trier werd hoofdstad van het Westromeinse rijk van Brittannië tot Spanje. Uit die periode vinden we in Trier een reeks overblijfselen. Dat de Romeinen geen schrik hadden van één of meerdere glaasjes is alom bekend.
De voorlopers van de huidige Moezelwijnen moeten wel heel wat onuitgegeven geschiedenis meegemaakt hebben, vooraleer te verdwijnen in het keelgat van langgerokte krijgsheren. Wat een klassieke opvoeding toch vermag!
In de vijfde eeuw betekende de inval van de Franken het einde van de eerste bloeiperiode. Een sterke opleving kwam er van de 14de tot de 16de eeuw. Na een lange tijd van wel en wee, werd in 1944 één derde van Trier verwoest.
Van de Porto Nigra tot de Hauptmarkt
'Zwart' is de poort inderdaad. Een meer passende naam kon ze niet hebben. Rond 180 na Christus maakte ze deel uit van de stadsmuur.
De Romeinen hielden de stenen samen met lood en ijzeren haken.
Dat alles is in de loop der tijden verdwenen. Anderen konden het ook gebruiken. Toch bleef het bouwwerk rechtop.
In de elfde eeuw kreeg het gebouw een nieuwe functie: et werd een dubbele kerk. Onderaan mocht het gepeupel binnen. De bovenste kerk - dichter bij het hemelrijk - was gereserveerd voor het aanpalende klooster. Napoleon herstelde de Porta in zijn oorspronkelijke staat.
Zeker niet Romeins is de mozaïek van kauwgom op de muur bij de ingang. Modern kunstwerk?
Ten westen van de Porta Nigra staat het Simeonstift. De Romaanse kloostergang, overblijfsel van het oorspronkelijke Stift (klooster), biedt leuke doorkijkjes. Op het binnenplein kun je een gezellig 'terrasje doen'. In hetzelfde gebouw is ook het Verkehrsamt en het Städtisches Museum ondergebracht. Je kan er altijd wel een expositie meepikken.
We volgen de Simeonstrasse richting Hauptmarkt.
De Hauptmarkt
De ambiance stijgt als we de Hauptmarkt naderen. Schilders, portrettekenaars, juwelenstalletjes en bloemenverkoopsters trekken de aandacht. Straatartiesten voeren een act op De drukke bedrijvigheid wordt gadegeslagen vanaf overvolle terrasjes.
Aan een kiosk kun je staande een glaasje - volgens de verkoopster liefst een fles - wijn proeven. Het driehoekige marktplein is omgeven door pasteltintelende gevels. |
|
|
|
Het Rote Haus in de Dietrichstrasse leunt aan tegen de Steipe. Volgens een opschrift op het barokke huis zou Trier zelfs 4000 jaar oud zijn. Dat zal wel dichterlijke vrijheid zijn. We wippen even verder de Dietrichstrasse in naar de Frankenturm, een versterkt huis uit de elfde eeuw.
Van de Hauptmarkt naar de Moezel
Op de Hauptmarkt slaan we de Fleischstrasse in.
Op de Kornmarkt oogt de Sankt Georgsbrunnen frivool.
Het Hauptpostamt op de achtergrond vormt een ideaal decor.
De Fleischstrasse komt uit op een klein pleintje. Links in de Nagelstrasse kunnen liefhebbers terecht in het Spielzeugmuseum. Vijfduizend oude speeltuigen, tot twee eeuwen oud, zijn hier te zien en te beleven. Enkele speelgoedwinkels hebben zich strategisch in de buurt gevestigd.
In de Brückenstrasse 10, staat het geboortehuis van Karl Marx.
Wat zou hij denken van de praktische toepassing van zijn theorieën?
De Karl Marxstrasse loopt uit op de Römerbrücke. Keizer Augustus bouwde hier de eerste brug. De basaltpijlers herinneren hieraan. We volgen de Moezel stroomafwaarts. De Zollkran heeft lange tijd scheepsladingen aan land gehesen.
Kerken en nog meer Romeins
We starten op het Domfreithof, een sprongetje van de Hauptmarkt. De Dom en de Liebfrauenkirche zijn aan elkaar gebouwd. De overblijfselen van een Romeins paleis dienden als grondvesten voor een dubbele kerk uit de vierde eeuw.
De Romaanse Dom werd gebouwd op resten van een dubbele kerk. Naar ons gevoel lijkt de Dom te hoog voor een Romaanse kerk. Een welkomstwoordje van de bisschop en de geestelijken van het Domkapittel nodigt ons uit binnen te gaan. De combinatie van Romaanse bouwstijl met barokke elementen geeft een vreemd effect. In het zuidelijke deel openen we een deur naar een kruisgang, eigenlijk een soort kloostertuin.
We krijgen doorkijkjes op de Dom en de Liebfrauenkirche. In het midden van de kruisgang staan moderne engelenbeelden naast graven. De rode rozen geven een accentje.
De schatkamer van de Dom bezit heel wat kostbaarheden. Het naadloze kleed van Christus ligt in een afzonderlijke kapel. We kunnen het bijna niet zien in het donker.
Een Westvlaams toerist betrappen we op een profane opmerking over de enorme doopvont: 'je moet hier ook nog kunnen zwemmen'. Hebben de bouwmeesters zich vergist? De bouwstijlen verward?
De Liebfrauenkirche, toch een gotische kerk, lijkt ons te laag en mist de hoge, slanke toren die vanzelfsprekend bij de gotiek hoort. 'Gewoonlijk richt je in een gotische kerk de blik in de diepte en dan automatish naar boven. Doordat alle beuken even lang schijnen, krijg je hier bijna een ronde indruk. Als de Dom binnenin klaar is, dan valt zijn buur veel donkerder uit, door de mooie glasramen.
Op weg naar de Konstantinplatz zien we voor het paleis Kesselstatt een Romeins wijnschip uit Neumagen (derde eeuw na Christus), het oudste bewijs van wijnbouw in Duitsland.
De Basilica van keizer Constantijn is sinds vorige eeuw een evangelische kerk. Oorspronkelijk was het een troonzaal, getuigend van Constantijns grootheidswaanzin. Zo'n overspanning zonder zuilen! Dat was pas een echt bouwkundig probleem. Indrukwekkende maar strenge ruimte!
Het Kurfürstlicher Palast is aangebouwd aan de Basilica. Spijtig! De twee stijlen vloeken. Maar de barokke zuidgevel is evenwichtig en toch speels. Roos en grijs geverfde delen zijn elegant met goud opgesmukt. Vanop het terras krijgen we een overzicht over de fraaie paleistuin. Elegante beelden en zorgvuldig aangelegde bloemenperken fleuren het geheel op.
Vanuit de paleistuin stappen we zo het Rheinisches Landesmuseum binnen. Licht is er in overvloed in de glazen serre. Onvoorstelbaar wat hier allemaal te zien is: een bijna complete Bacchus-mozaïek, een vloer met zwarte mozaïeken uit de Kaiserthermen, vondsten uit Trier en omgeving, van kruiken tot olielampjes.
Ook hier staat een wijnschip van Neumagen, een onderdeel van een graf. De stuurman ziet het blijkbaar niet meer zitten.
Niet zo ver van het museum staan de ruïnes van de Kaiserthermen.
Dit bad-massage-gymnastiekcomplex werd echter nooit voor dit doel gebruikt. Onder de grond dwalen we door een doolhof van gangen. De thermen waren ook een ontmoetingsplaats bij uitstek. Ook toen waren de politiek en het weer ongetwijfeld druk besproken onderwerpen.
We wandelen een kwartiertje tot aan het amfitheater. Het leunt aan tegen een helling met wijngaarden. De vorm is wel bewaard in de middeleeuwen werden de meeste stenen weggehaald om huizen te bouwen. Rond 100 na Christus kletterden er de wapens. Hier riepen velen voor de laatste keer Morituri te salutant (Zij die gaan sterven groeten U).
Houten stutten steunen de vloer van het amfitheater. Eronder zaten de sukkelaars in de grootste onzekerheid te wachten: is het einde al dan niet gekomen? In de buurt van het amfitheater start het Weinlehrpfad Petrisberg.
In de Weinprobe kan je proeven van de eigen produktie edele Moselweine.
Er wordt wel van je verwacht dat je wat geld spendeert aan enkele flessen.
PRAKTISCH
Adressen:
- Duitse Dienst voor Toerisme, Gulledellaan 92, 1200 Brussel
Tel. 02-245 97 00 Fax 02-245 39 80 E-mail: grtobru@d-z-t.com
- Tourist-Information Trier, Stadt und Land e.V., Postfach 3830, 54228 Trier.
Tel: 00/49/651/978080. Fax: 00/49/651/44759. Bezoekadres: An der Porta Nigra, 54290 Trier.
- Fremdenverkehrsamt Trier-Land, Gartenfeldstrasse 12, 54295 Trier;
tel. 00/49/65/46050, fax 00/49/651/4605-39. Info over elf gemeenten in de omgeving van Trier, die samen Trierland vormen.
Internet:
http://redaktion.trier.de/praefectus/trier?tourist_nl
en www.trier.de en /www.moezeldal.nl/trier

