Toeristische info
Toeristische info van Italië
Kronplatz-Dolomiti: het Italiaans ski-paradijs
Onbekend is onbemind.
Daarom laten we onze vaste pleisterplekjes in Oostenrijk en de Franse Alpen een jaar links liggen en treinen we op goed geluk naar het ons onbekende, maar bij Vlamingen toch vrij populaire Bruneck in het Zuid-Tiroolse Pustertal.
Het wordt al meteen wennen bij het verlaten van het perron. Alle plaatsnamen hebben een Italiaanse en een Duitstalige versie en ook de chauffeur van het hotelbusje met Italiaanse nummerplaat begroet ons in een sappig Duits.
We logeren in het gemoedelijke Reischacherhof van de hoteliersfamilie Pircher, in één van de landelijke gehuchten buiten het centrum van Bruneck. Op enkele honderden meter van het belangrijkste dalstation van het fameuze Kronplatz-skigebied.
De keurige ontvangstbrochure op onze hotelkamer vertelt ons alles wat we willen weten.
Ferienregion Kronplatz verenigt veertien meestal kleine lokaties in het langgerekte Pustertal. Dat loopt van Bruneck tot Innichen en over de grens richting Lienz in Osttirol (Oostenrijk). Bruneck, Sankt Vigil in Enneberg, Olang, Sankt Lorenzen, Kiens, Pfalzen, Percha, Antholz, Rasen, Terenten, Welsberg, Taisten, het Gsieser Tal en Gais bundelden hun krachten en bieden samen zowat 23.000 gastenbedden aan.
Zuidwaarts wenken de eerste toppen van de Dolomieten, met als bekendste naam de Drei Zinnen.
Sicherheit für Familien, zekerheid voor de hele familie, is de centrale slogan waarmee Kronplatz Skiregion zichzelf aanprijst. Dat betekent de zekerheid van een zonzekere vakantie, de zekerheid van een prima sneeuwtapijt, de zekerheid die de plaatselijke skischolen bieden, de zekerheid dat er geen lawinegevaar dreigt en de zekerheid dat alle veiligheidsnormen gerespecteerd worden.
Eén grote skicarrousel
De Kronplatz (2.275 m), de wat koepelvormige huisberg van Bruneck, is bereikbaar vanuit drie dalstations: Geiselsberg, dat erg populair is bij de plaatselijke bevolking; Reischach, waar de massa naartoe trekt vanuit de stad Bruneck; en Sankt Vigil in Enneberg, wat hoger en verderaf gelegen, een beetje elitairder van karakter en met een bevolking die deels Duits, deels Ladinisch spreekt - een Romaanse taal vergelijkbaar met het Reto-Romaans in Zwitserland.
Als een breed vertakt spinnenweb verspreiden de 85 km pistes zich naar alle kanten. Voor meer dan 90% blauwe en rode pistes.
Twaalf cabineliften, tien zetelliften en tien sleepliften zorgen ervoor dat alles op wieltjes loopt.
Als alle installaties op volle toeren draaien, worden zowat tweeduizend skiërs tegelijkertijd vervoerd. Met de juiste skipas kan je ook in een hele reeks andere skigebieden in Zuid-Tirol, Trentino en Veneto terecht.
Ook de Kronplatz maakt immers deel uit van het gigantische Dolomiti Superski-gebied.
De traditionele alpineskiërs moeten ook hier steeds meer plaats ruimen voor de blitse jongens en meisjes op hun snowboard.
In de week geven op de Kronplatz vooral buitenlandse skiërs elkaar rendez-vous. In de weekends worden de pistes overspoeld door Italiaanse gezinnen. Ondanks die massa heb je nooit een beklemmend gevoel. De sfeer is ontspannen. Enkele tientallen meters voorbij de eindstations van de cabineliften is er ruimte zat voor iedereen.
Een volksorkestje met vrolijke deuntjes, een schnapsverkoopster op ski's, knotsgekke clowns in een iglo, uitnodigende terrasjes met calorierijke lekkernijen…
Rond de drie moderne bergrestaurants gaat het er erg levendig aan toe. De luid schallende hoempapamuziek nemen we er zonder morren bij. De zon is van de partij en dat maakt heel veel goed.
Voor onze middagstop zoeken we de Lorenzihütte op bij een van de Olang-pistes. Een rustige stek, bijna aan het einde van de afdaling. Hanny en Lorenz Steger runnen hun zaak in een oude Almhut in de buurt van de Geiselberg. Zelf gemaakte Kaiserschmarren, ongerezen pannenkoeken met rozijnen, en Rübenkraut, een goed gekruide rapenpuree, zijn de huisspecialiteiten.
We raken aan de praat met de dienster en krijgen meteen een flinke portie wijze raad mee: 'Als je echt je vakantieweken kunt kiezen, kijk dan uit naar een voordelig skiarrangement tijdens de Erster Schnee-weken, vanaf half december, of de Weisse Wochen in januari. Dan is er minder volk en toch voldoende sneeuw van prima kwaliteit.
De 120 strategisch opgestelde sneeuwkanonnen van de Kronplatz gaan 's nachts regelmatig aan de slag op de pistes. Zo blijft de hele carrousel in optimale omstandigheden intact tot het einde van de paasvakantie'.
Een suggestie die we met plezier mee naar huis nemen.
Een snuifje Bruneck
Na vier dagen intens skiën onder een stralende blauwe lucht willen we nu echt eens een dag niksen, of toch minstens wat anders doen.
We nemen een smalle binnenweg tussen de velden naar het levendige provinciestadje Bruneck, aan de rivier de Rienz.
Rondom de Stadtgasse, de winkelwandelstraat, ligt een kleine, mooi gerestaureerde historische kern vol oude herenhuizen met trapgevels, erkers en arcaden, daterend uit de 15de en 16de eeuw. Een Floriantor, een Ursulinentor en een Oberragentor, de ene al mooier dan de andere, sluiten het centrum af.
Hier in de Stadtgasse woonde en werkte ooit de grote gotische houtsnijder en schilder Michael Pacher. Voor een van z'n mooiste beelden, de Madonna met de druiven, moet je naar buurdorp Sankt Lorenzen. Enkele meters buiten het oude centrum ligt een 13de-, 14de-eeuwse burcht, ooit zomerresidentie van de bisschop van Brixen. 's Winters jammer genoeg gesloten.
Net buiten de muren ligt de mooie, okergeel geverfde Pfarrkirche. Het uitgestrekte kerkhof ziet er helemaal Tirools uit. Kaarsjes branden bij goed verzorgde graven. De sfeer maakt ons stil. Nog stiller worden we wat later van het Heldenfriedhof, het WO I-kerkhof in het bos aan de andere kant van de stad.
Zelfs op een winderige middag in maart flaneren de mensen door de straten en drinken ze hun cappuccino op een overdekt terrasje.
We kijken op van de strikte sluitingsuren van de cafés, maar ook van de ordelijkheid en de correcte bediening.
In het oude stadskwartier ontdekken we in een kelderverdieping een gespecialiseerd winkeltje dat onvoorstelbaar grote hoeveelheden gedroogde en ingelegde paddestoelen, eekhoorntjesbrood en cantharellen verkoopt in alle maten, vormen en kleuren.
Deze wilde paddestoelen, funghi, worden verwerkt in pasta, pizza, gnocchi en polenta en zijn een echte streekspecialiteit. In de nazomer trekken hele families eropuit om ze te verzamelen. Zo populair zijn deze zoektochten dat er zelfs een gemeentelijk reglement uitgevaardigd werd dat het plukken beperkt.
Wordt het een Speck- of Leberknödel, kaas of spinazie, zoet of zuur?
Op aanraden van de juffrouw van de paddestoelenwinkel zijn we de krakende houten trap opgestapt naar restaurant Weisses Lamm.
Er zijn zoveel variaties Knödel mogelijk, van voorgerecht tot dessert, dat het moeilijk zal zijn alles te proeven.
Tegendraads als we zijn, kiezen we voor de typische Schlutzkrapfen, gefrituurde deegrolletjes waarin knapperige groenterestjes zitten, gevolgd door stokvis in een blankebotersaus.
Die komt alleen in de vasten op het menu. Een flesje geurige Vernatschwijn maakt de dis compleet. Tradities worden in ere gehouden in Bruneck !
Dagje Pustertal
Paul Sapelza, onze gids, is vroeg moeten opstaan. Klein, kwiek en bruingebrand staat hij ons op te wachten aan de bushalte op het dorpspleintje van Welsberg.
Twee paar sneeuwraketten bengelen over zijn schouders. Naast skiën bestaan er immers nog andere toffe wintersporten, had het infokantoor in Bruneck gegarandeerd.
We hadden al veel gehoord van de tientallen kilometers goed onderhouden langlaufloipen in grote delen van het Pustertal en de meeste zijvalleien (Gsiesertal, Antholzertal - ook erg bekend als biatloncentrum, Pragsertal, Sexten, Toblach…) maar er rest ons maar één vakantiedag meer .
We hebben de keuze tussen langlauf en een tochtje op sneeuwraketten door onbekend gebied. We kiezen voor de wandeling op sneeuwraketten, Schneeschühe in het Duits.
Paul is de verantwoordelijke van de plaatselijke skischool en een groot amateur van wat hij 'rustgevende' skivakanties noemt. Om geen tijd te verliezen stuurt hij zijn autootje eerst de hoogte in langs bergwegen in het Gsiesertal.
Halverwege stoppen we bij een Gasthof en wisselen we van wagen. Met de 4x4 van de waardin gaat het langzamer hogerop tot aan ons vertrekpunt onder de kam van de 2.493 m hoge Eisatz. Helder zicht, maar geen zon te bespeuren!
We binden de sneeuwraketten zorgvuldig onder onze bergschoenen, trekken een muts over onze oren en gespen onze knapzak om.
Paul is een doorgewinterde trekker. Hij drukt ons op het hart regelmatig halt te houden en te genieten van het ongerepte landschap bij een slok warme thee en een kleverig broodje, zaken die hij gelukkig wel en ik helaas niet meeheb. Broederlijk delen we de proviand.
Veel wordt er niet verteld als we over de kam stappen. In het noorden liggen de Oostenrijkse grenstoppen, in het zuiden de karakteristieke Dolomietenreuzen.
Even wanen we ons alleen op de wereld. Vermoeiend én zalig. En dat gaat zo'n paar uur ononderbroken door.
Een zeldzame vogel vliegt boven onze hoofden, regelmatig ontdekken we verse sporen van een ree, of een gems, of toch een ree? We worden het niet eens.
Het Gsiesertal is een 15 km lang zijdal van het Pustertal. Het loopt tot aan de Oostenrijkse grens. Een uitgelezen wandelgebied - ook in de zomer, vrij van alpineskicarrousels.
'Taisten en de verder in de vallei gelegen dorpen Sankt Martin en Sankt Magdalena zijn nog echte ongeschonden pareltjes met tal van eeuwenoude boerderijen' beweert een trotse gids. 'Vakantiegangers zijn er zeker welkom, maar met mate, en best laten ze drukke après-ski- en nachtclubtoestanden thuis'.
Eenmaal terug aan de rand van de valleiweiden lassen we een laatste korte appelpauze in.
'Laten we het ons gemakkelijk maken' stelt Paul voor en hij tovert meteen vanachter een schuilhut twee platte ronde sneeuwschuivers te voorschijn. 'Twintig meter verder begint een rodelbaan, die gaan we testen.'
Eerst kalmpjes aan, dan wat zelfzekerder en tenslotte in vliegende vaart suizen we door de bochten.
Een half uur later, een muts armer en een vriesneus rijker eindigt de pret bij Pauls wagentje.
Bij een stevige schotel boerenkost van Bergbauer Seppila sluiten we de onvergetelijke dag af. De Gerstesuppe, het gerookte spek (gegarandeerd eigen fabrikaat - zelf gecontroleerd in de huisrokerij), de streekkaas, de gepofte aardappeltjes en de dagfrisse Alpenweidemelk hebben nog nooit zo lekker gesmaakt.
De sterke druppel bij het afscheid maakt niet alleen de dag, maar de hele vakantieweek compleet.
Praktisch
Informatie en documentatie:
-
Italiaanse Dienst voor Toerisme, Louizalaan 176, 1050 Brussel. Ttel. 02-647 11 54 fax 02-640 56 03
enit-info@infonie.be www.enit.it -
Tourist office Bruneck, Europastrasse 26, 39031 Bruneck - I - Italien.
Tel: 0474-55 57 22 Fax: 0474-55 55 44 E-mail: bruneck@DolomitiSuperski.com
Internet: