Toeristische info

Share/Save/Bookmark

Toeristische info van Frankrijk

Lille: een Vlaamse stad

Rijsel profileert zich graag als hoofdstad van Ie Nord, zelfs van (Frans) Vlaanderen.
Een Vlaams verleden heeft de stad zeker, van het Bourgondische rijk tot de Zonnekoning, die de stad inlijfde bij Frankrijk.
Maar de toekomst dient zich Europees aan, op een kruispunt van snelwegen en treinsporen.
Bij het Office du Tourisme word je al meteen geconfronteerd met dat Vlaamse verleden.
De dienst is immers gehuisvest in wat overblijft van het Palais Rihour, het 15de eeuws paleis van de Hertogen van Bourgondië, ooit de zetel van het kapittel van het Gulden Vlies. Door een brand zijn enkel de eretrap en kapel overgebleven.

Belgen boven

De Belgen zijn de belangrijkste bezoekers van de stad, maar in de maand juli voeren de Britten de statistieken aan. Daar zullen uiteraard de Tunnel onder het Kanaal en de Eurostar niet vreemd aan zijn.
Lille is geen onbekende naam meer, mede door de Eurostar, maar ook door de heropening van het Palais des Beaux-Arts, het belangrijkste museum in Frankrijk na het Louvre in Parijs.
Dat mag wel in deze metropool: Rijsel is immers met haar 87 gemeenten en in het totaal 1,2 miljoen inwoners de vierde stad van het land.

Vlaamse invloed

Geschiedenis in een notendop.
De stad is tien eeuwen geleden ontstaan als een verzameling kleine eilandjes op de rivier de Deûle. En werd in de loop der eeuwen een twistpunt tussen Vlaanderen en Frankrijk.
In 1168 kwam de stad, 'tot treurnis van de inwoners' vermeldt de geschiedschrijving, door het verdrag van Aken in Franse handen. Louis XIV breidde de stad uit met de wijk Saint-André en de citadel, ontworpen door vesting-specialist Vauban.

Op wat nu de Place du Général de Gaulle heet, naar de beroemdste inwoner van de stad, gemeenzaam de Grand-Place genoemd, bezaten de graven van Vlaanderen al begin 17de eeuw een markt.

De stad ontwikkelde zich toen vooral door de industrie van het laken.
Rijsel werd een belangrijk centrum voor de textielindustrie, net als haar buurstad Roubaix. Twee steden die de bakermat vormden voor het socialisme.
Op de Grand-Place zit iedereen rond de fontein, aan de voet van de déesse, als symbool van de Franse overwinning op de Oostenrijkers, tijdens de belegering van 1792.

De Grand-Place is een verzameling van (te veel) winkels, (te weinig) terrassen en historische gebouwen.

De gerestaureerde Vieille Bourse pronkt in de Vlaamse barokstijl (Julien Destrez, 17de eeuw) met haar sculpturen en kariatiden.

Vier ingangen met Vlaamse Leeuwen brengen je op de binnenkoer, eertijds was dit een verzameling van 24 handelshuizen met hun rug tegen de galerijen.
En waar toen aandelen verhandeld werden, kan je nu bloemen kopen, maar vooral en dagelijks snuffelen in tweedehandsboeken. Voor wie de taal van Molière machtig is, zijn hier koopjes te doen.

Daarachter liggen twee gebouwen van het begin van deze eeuw, de Opéra in neo-klassieke stijl en de Kamer van Koophandel met het 76 m hoge belfort in neo-Vlaamse stijl.
De huizenrij van Beauregard, in het verlengde van de achterzijde van la Bourse, beantwoordt aan de 17de eeuwse eis dat de gevels een zekere homogeniteit moesten vertonen.

De oude stad

Van hieruit - vraag een gratis stadsplannetje op de toeristische dienst - kunnen we rondzwermen in de oude stad, Vieux-Lille.
Een oude stad die een grondige metamorfose heeft ondergaan en zich weer aan de buitenwereld tonen kan.
En waar niet alleen de winkel maar ook de bovenverdiepingen veelal een streling voor het oog zijn.
Via de rue de la Bourse beland je in de rue Pelletier, waar op nr. 14 de stijlvolle winkel van Strelli huist. Achteraan kan je zien hoe een binnenplaats en een gevel er eind 16de - begin 17de eeuw uitzagen en hoe de huidige eigenaar er een mooie café-galerij heeft ondergebracht.


Twee musts in deze buurt zijn Patisserie Meert (rue Esquermoise), de oudste banketbakkerij (1839) van de stad en de erg knappe viswinkel-restaurant l'Huitrière (rue des Chats Bossus) in onvervalste art décostijl, je mag gerust binnen om de prachtige zandsteentegels te bewonderen.

Er zijn niet alleen winkels. De onafgewerkte kathedraal van Notre-Dame de la Treille, al sinds 1270 de beschermheilige van de stad, ligt er wat verwaarloosd bij.

Tegenover de kathedraal, in de rue de Weppes, is een klein museum ondergebracht in de gewelfde kelders van een linnenboetiek, een museum dat ons nog eens herinnert aan het rijke textielverleden van deze stad.
Het îlot Comtesse, het oudste hart van de stad, waar het castrum lag, telt heel wat huizen uit de 17de - begin 18de eeuw.

Een van de oudste gebouwen is het Hospice Comtesse, gesticht in 1237 door Johanna van Constantinopel, gravin van Vlaanderen, en oorspronkelijk één van de belangrijkste hospitalen van de stad.
De oorspronkelijke gebouwen zijn verdwenen door een brand in 1468, van deze 'nieuwe' gebouwen blijven na een tweede brand, in 1649, nog enkel de ziekenzaal en de begane grond van het gemeenschapsgebouw over.
In de keuken hangen honderden tegels, nabootsingen van het beroemde Delftse voorbeeld.
In de slaapzaal van de nonnen hangen schilderijen van Hollandse en Vlaamse meesters: Quellin, Frans Hals, Jan Steen, Alexander van Bredael...
In de eetzaal pronken weldadig gesculpteerde Antwerpse meubelen. Een rijke collectie, maar de presentatie vraagt toch wel om een frissere, hedendaagse aanpak.In de rue de Gand treffen we heel wat lekkere, betaalbare restaurants. Zoals het sfeervolle 'La Terrasse des Remparts' in de Porte de Gand zelf.

Versterking van Vauban

Toen Louis XIV Rijsel inlijfde, heeft hij de stad uitgebreid. Die erfenis, de Saint-André wijk, ligt ten noorden van Vieux-Lille, rond de rue Royale. Loodrechte straten met strenge, sobere herenhuizen met koetspoorten en binnenkoeren. Hier middenin bevindt zich het geboortehuis van Charles de Gaulle, dat nu een museum is.
Voor de liefhebbers.
De klokken van Saint-André luiden een huwelijkspaar en hun gevolg uit.
De straat wordt ingenomen door de feestvierders. De kerk zelf behoorde toe aan het klooster van de karmelieten. Egale huizen, een café, een voedingszaak en geen andere toeristen. Een leefbare wijk.

Daarnaast ligt de citadel (te bezoeken op zondag), opgetrokken door vestingbouwer Vauban, die deze van Rijsel als de gaafste beschouwde. Maquettes en plannen van Vauban zijn ook te bewonderen in het Palais des
Beaux-Arts. Maar vooraleer we daar aankomen wandelen we nog even verder.

Van tuinbouwkas tot art nouveau-parel

Aan de citadel rust de romantische Jardin Vauban, aangelegd onder Napoleon III.
Een tekstpaal geeft wat uitleg, ook in het Nederlands (op diverse plaatsen in de stad). Een stemmig parkje, met een meertje, een rots en een openluchtmarionettentheater.
Aan de andere kant huist een dierentuin. Deze parken zoek je op aan de rand van de stad. In het centrum ontbreken de groene longen.

Terugkeren doen we via de lang uitgerekte rue Solférino. Op de kruising met de boulevard Vauban staat een merkwaardig gebouw: Palais Rameau, een grote tuinbouwkas gebouwd als een kerk, met twee torens in de voorgevel. Dit Moorse paleis werd gerealiseerd dankzij de aanzienlijke nalatenschap van (boer en) tuinder Auguste Rameau.
Maar het 'paleis' is blijkbaar onderhevig aan verval.
Dit opmerkelijke gebouw verdient alvast een betere bestemming en toekomst. Wat verder huist de katholieke universiteit met een studentenpopulatie van zo'n 14.000. Vroeger waren er meer studenten in de stad, maar de meeste faculteiten zijn nu gevestigd in Villeneuve d'Ascq.

De rue Solférino brengt je voorbij de Sacré-Coeur-kerk, les Halles Centrales, nu in het midden van een uitgaanswijk, en het knappe Théâtre Sébastopol.
Als je achter dit theatergebouw verder rechtdoor loopt kom je op de Marché de Wazemmes, een gemeente die opgeslokt is door de grootstad. Elke zondag houdt men hier op deze marché een rommelmarkt. Leven in de stad op zondag.

Loop verder tot aan Place Lehon, om in de rue Fleurus een maison-affiche, een modelhuis van de art nouveau architect Guimard te bewonderen.
Dit huis, gebouwd in 1889 op verzoek van pottenbakker Coilliot, is een van de knapste voorbeelden van art nouveau in Frankrijk. De gevel is merkwaardig opgebouwd met grote openingen en zonder rechte lijnen of symmetrie. En Guimard - de Horta van Frankrijk - heeft het hele huis tot in de details ontworpen: ramen, meubilair, schouwen, trappenhuis, glas-in-lood enz.

Het Paleis voor Schone Kunsten

We zijn hier dichtbij de Place de la République en het Palais des Beaux-Arts, dat na een grondige renovatie van enkele jaren op z'n Frans, d.w.z. in uitgesteld relais, pas onlangs opnieuw haar deuren opende.

Wat de collectie betreft wordt dit museum als het tweede belangrijkste van het land gecatalogeerd, na het Louvre. Zeker op het gebied van de schilderkunst vallen toch wat meesterwerken te bewonderen.


Zo is de eerste in een warmrode gloed aangeklede zaal gewijd aan Rubens en tijdgenoten, met centraal de indrukwekkende 'Kruisafneming'. In de volgende zalen hangen o.a. Van Hemessen, Jordaens, David, Delacroix, Courbet, Puvis de Chavannes, Goya en Picasso.
Moderne kunst is hier nauwelijks vertegenwoordigd, daarvoor moet je naar het museum in Villeneuve d'Ascq.

De voorstelling van de schilderkunst is behoorlijk, maar echt fraai en sfeervol is de presentatie van zorgvuldig geselecteerde schilderijen en objecten uit de Middeleeuwen en de Renaissance in de gewelfde kelders.
Op deze verdieping kan je tevens de al vernoemde maquettes en plannen van Vaubans vestingsteden bekijken.
De benedenverdieping is gratis toegankelijk en leidt je naar de binnentuin, een misleidende naam voor een open, kale ruimte. Aan de ander kant staat een smal, langwerpig, transparant gebouw met het café-restaurant en de kantoren.
Op deze zijde is een glasplaat aangebracht die het gebouw reflecteert om de oorspronkelijke plannen van het museum te suggereren, met een symmetrische tegenhanger van het huidige gebouw.

Europees kruispunt

Op het stadsplan oogt het artistiek en aantrekkelijk, het Parc Henri Matisse.
Misschien is het eigen aan het gebruik van de Franse taal, maar het gaat om een omzwachtelende benaming voor een groot windgat met wat kijkgroen aan Lille-Europe, de afspanning voor de Eurostar, dat het 'normale' treinstation Lille-Flandres in de schaduw stelt.

'Eurolille' is een constructie, uitgevoerd onder leiding van de beroemde Nederlandse architect Rem Koolhaas.
Eurolille staat voor kantoren, een hotel, een hogeschool en veel winkels.

Nieuwe architectuur kan bekoren, maar of er schoonheid of originaliteit te ontdekken is in Eurolille ?

Wel heeft de stad, in tegenstelling tot b.v. Brussel, geen woonwijk opgeofferd, maar wel een voormalig militair terrein.

Bij het verlaten van het 'park' wandel je ongestoord door onder de porte Roubaix, want de weg eronderdoor leidt nu nergens meer heen, zodat er geen auto's meer rijden. Het verleden met vestingsmuren en stadspoorten is duidelijk ingehaald door de treinen van de toekomst.

PRAKTISCH

Adressen:

  • Maison de la France, Guldenvlieslaan 21, 1050 Brussel, tel. 0902 88025, fax 02/502 04 10.

  • Office de Tourisme, Palais Rihour, Place Rihour, BP 205, 59002 Lille Cedex,
    tel. 00/33/3/20 21 94 21, fax 00/33/3/20 21 94 20.

  • Comité Départemental du Tourisme du Nord, 6 Rue Gauthier de Châtillon,
    BP 1232, 59013 Lille Cedex, tel. 00/33/3/20 57 59 59

Internet: www.lilletourism.com