Over luifels en voortenten

Voortenten, een verlengstuk van de caravan of de zwerfwagen, creëren extra woonruimte voor de bewoners.

3

Ze moet een ‘woonvriendelijke atmosfeer’ hebben, zowel aanpasbaar aan de weersomstandigheden als water- en winddicht zijn, een goede ventilatie hebben, bestand zijn tegen stevige windstoten en ook nog mooi zijn. Zeer belangrijk is dat die perfect past op je caravan.

Kampeerders willen er kunnen zonnen, koken, eten, spelen, materiaal en voorraad stapelen. Bovendien moet dit stuk demonteerbare woonruimte voor de trekkers liefst zo weinig mogelijk wegen, iets waar de verblijfskampeerder weinig om geeft.
Een zonnereflecterende behandeling van het dak brengt wat afkoeling bij warm weer, en om te vermijden dat (vuil) regenwater over de wanden loopt is een petluifel of overstekend dak een goede oplossing.
Druipranden en een dakgoot vervangen in sommige constructies de petluifel. De dakgoot wordt onder de druiprand in een rail geschoven en zorgt ervoor dat het afvoerwater niet op de tentwand terechtkomt.

De wanden van voortenten voor trekkende kampeerders zijn gemaakt uit een ademend weefsel (katoen, polyester, dralon), zonder PVC-coating, wat zorgt voor een aanzienlijke gewichtswinst.
De voor- en zijwanden, met de ingangen, zijn meestal volledig uitritsbaar. Zo is de tent snel in een luifel omgevormd. De vensters in die wanden zijn deels voorzien van een muggenhor. Je kan ze afsluiten met losritsbare vensterluiken.
Onder de vensters, of rondom, is de stormafspanning of stormwering met stormlussen aangebracht voor bijkomende stabiliteit.

Een buitenslijkrand die met pennen wordt vastgezet zorgt voor een goede verwijdering van het regenwater. De binnenslijkrand, tot onder het vloerkleed aangebracht, houdt wind en tocht buiten. Een variabele grondafspanning zorgt ervoor dat de tent helemaal strak staat, ook op oneffen terrein.

Geef bijzondere aandacht aan de ritsen: kies liefst zware synthetische ritsen, afgedekt met een flap als bescherming tegen vuil en vocht.
Sommige voortenten zijn tegenover de palen voorzien van een flap met een voetsteun waarin de paal kan rusten. Zo blijft de tent strak gespannen.

Het zeildoek van de voortent wordt gedragen door het frame, en hier vind je weer een verschil tussen de voortent voor trekkers en die voor honkvaste kampeerders. Voor trekkers komen alleen lichte materialen in aanmerking: aluminium dus of eventueel staal, maar dan met een kleine diameter (19 tot 25 mm).

Stalen buizen zijn tegenwoordig wel altijd gegalvaniseerd of geanodiseerd om roesten te voorkomen. Er bestaan ook frames in fiberglas of koolstof, maar die zijn duur.
Meer en meer zie je ook voortenten met opblaasbaar frame. Eens je het gewoon bent om dit type tenten op te zetten gaat het wat sneller dan een klassieke tent met stokken, maar dat scheelt op zich niet zo heel veel. Het is wel gemakkelijker omdat je niet moet puzzelen, zeil en frame hangt reeds aan elkaar. Dat is tevens ook het nadeel aan een dergelijke tent. Het gewicht is niet veel minder dan een klassieke tent + de stokken. Maar doordat alles aan elkaar zit moet je ook alles in 1 keer dragen en in de tentrail schuiven.

Wanneer de tent nat wordt opgebroken is het ook iets lastiger om ze terug op te zetten om te drogen zonder dat deze aan de caravan hangt.
Houd er ook rekening mee dat een dergelijke tent met de onderkant van de opblaasbare kanalen en dus een deel van het tentdoek altijd op de grond staat. Dus bij slecht weer drogen die relatief traag. Je kunt daarom het opruimen er altijd iets onder steken nadat je de haringen hebt verwijderd en maak dan pas de tent leeg zodat de stempels intussen kunnen drogen.

Voorstanders van een opblaasbare voortent, wijzen graag op de snelheid van afbreken, vooral bij droog weer. Puzzelen met de buizen van het tentframe of bijregelen om de tent overal strak te spannen is hier niet bij.

De wintervoortent als een speciale uitvoering van een gewone voortent heeft een extra stevig frame en een eveneens stevig dak om tegen een vrachtje sneeuw bestand te zijn. De afstand tussen de nokliggers is daarom kleiner (max. 1 m) en het dak heeft ook een grotere helling. Wonen doe je niet in een wintervoortent, ze dient als sas en bergruimte en moet niet groot zijn. Onontbeerlijk zijn een hogere spatrand, stormafspanning, ingangen links en rechts en brede flappen over de ritsen.

Luifels zijn leuk bij korte verblijven op een camping of camperplaats. Een luifel biedt alleen bescherming tegen de zon en in zekere mate ook tegen de regen. Veel voortenten kunnen na het uitritsen van voor- en zijwanden als luifel gebruikt worden.

Echte luifels zijn echter eenvoudiger van constructie en veel lichter: een dakzeil, drie palen, een dakstang met zijstuk, stormkoorden en haringen vormen het hele pakket.
Er zijn luifels met slechts èèn zijkant afgesloten en luifels met twee zijkanten, al of niet afritsbaar.

Op de zijwand van de motorhome wordt vaak een oprolluifel gemonteerd, verpakt in een koker uit polyester. Ze wordt door middel van een stang ontrold of opgerold.
Er bestaat nu ook een oprolluifel, netjes verpakt in hoes, voor caravans. De hoes kan in de rail van de caravan geschoven worden en daarna ontrold worden. De stangen en steunen zijn vooraf gemonteerd.