Startkabels: je beste vriend bij platte batterij

Al zitten startkabels bij veel camperaars niet in hun basisuitrusting, toch kan het interessant zijn om ze mee te nemen. Vooral tijdens wintermaanden, op sneeuwvakanties of als de camper lang stilstaat, komen ze van pas. Al kan er bij verkeerd gebruik wel degelijk wat misgaan, van beschadigde elektronica tot ontploffende accu's. Maar als je deze stappen volgt, zit je veilig!

3

Hoe ziet een startkabel eruit?

Een klassieke startkabel is ongeveer 3 meter lang en heeft aan beide uiteinden een rode en een zwarte tang of krokodillenmond. Rood staat altijd voor de ‘pluspool’, zwart voor de 'minpool’. Je moet alle vier de uiteinden met een punt onder de motorkap verbinden om de motor te kunnen starten.

Hoe sluit ik startkabels aan?

Startkabels aansluiten doe je niet lukraak, maar in een specifieke volgorde.

1. Vóór je ze aansluit, zet je de motoren van beide voertuigen af én schakel je alle stroomverbruikers (radio, airco, verwarming…) uit. Pas daarna voer je de volgende stappen uit.
2. Klem de rode kabel op de pluspool van de volle accu (hulpvoertuig).
3. Verbind de rode kabel met de pluspool van de lege accu (pechvoertuig).
4. Klem de zwarte kabel op de minpool van de volle accu.

5. Verbind de zwarte kabel op een massapunt van het pechvoertuig. Dit is een willekeurig metalen deel van de motor of een ongelakt stuk van de carrosserie. Dit doet dienst als minpool.
6. Start de motor van het hulpvoertuig en laat die op een iets hoger toerental draaien door systematisch gas bij te geven.
7. Je kunt de motor van het pechvoertuig meteen proberen te starten, maar het is beter om een paar minuten te wachten.
8. Is het starten gelukt? Wacht een paar minuten voor je beide voertuigen van elkaar loskoppelt.

Met deze werkwijze vermijd je ook dat beide kabels elkaar raken. Dit kan grote gevolgen hebben als ze nog (deels) op beide voertuigen zijn aangesloten.

Hoe koppel ik startkabels los?

Stap 1

Koppel altijd eerst de zwarte startkabel van het pechvoertuig los.

Stap 2

Koppel de klem van de minpool van het hulpvoertuig los.

Stap 3

Koppel de rode klem van de pluspool van het hulpvoertuig los.

Stap 4

Koppel de rode klem van de pluspool van het pechvoertuig los.  

  • De pluspool: open de motorkap en ga op zoek naar een stuk kunststof waarop een ‘+’ of het symbool van een startkabel staat. Meestal moet je een dekseltje openklikken en komt de geleider tevoorschijn.
  • De minpool: die kies je zelf door de kabels aan te sluiten op een stuk metaal.
    Let op dat je de uiteinden van de kabels niet tegen elkaar houdt, als de andere zijde is aangesloten: dan veroorzaak je kortsluiting!

Waar vind ik de plus- en minpool van mijn camper?

Wat als er geen ander voertuig in de buurt is?

Het enige nadeel van startkabels is dat je afhankelijk bent van een tweede voertuig. Sta je met een platte batterij op een afgelegen plek, dan moet je een pechdienst bellen. Een alternatief is de batterijbooster, een hulpbatterij waarmee je de motor kunt starten, zélfs als de batterijen bijna volledig leeg zijn.

 

 

Het is een kleine, krachtige accu die in korte tijd een hoge startstroom aflevert. Je sluit je batterijbooster aan door de rode pluskabel te verbinden met de + van de accu. De zwarte kabel sluit je aan op de –-pool, ook hier is dit een stuk metaal onder de motorkap. Zo aankoppelen voorkomt ook kortsluiting.

Tip: Dergelijke boosters zijn dikwijls voorzien van een 12 V-uitgang, zodat je er ook andere accessoires die op 12V werken mee kunt opladen.

Kan ik dezelfde startkabels gebruiken voor een benzinemotor als voor een dieselmotor?

Nee. Voor dieselmotoren zijn andere startkabels vereist dan voor een benzinemotor. Aangezien (bijna) alle campers dieselmotoren hebben, moet je startkabels hebben met een minimumdiameter van 25 mm.

Opgelet! Dunnere startkabels met een diameter van 10 of 16 mm zijn alleen geschikt voor benzinemotoren. Gebruik je ze om een dieselmotor te starten, dan kunnen de kabels te heet worden en stukgaan. Bij een dieselwagen is de startstroom namelijk een stuk hoger dan bij een benzinewagen.

 

Tekst Wout Versaevel