Vrijwilligersinfo: wandelen

Wandelen in groep in België

Er wordt heel veel gewandeld bij Pasar en afdelingen plannen wandelingen het hele jaar rond. Omdat we de veiligheid boven alles plaatsen is het zeer belangrijk om goed op de hoogte zijn van de wetgeving rond het wandelen …met speciale aandacht voor de wetgeving van het ‘wandelen in groep’. Het is dus nuttig even de gewijzigde verkeersregels te overlopen die sinds 1 januari 2004 gelden voor groepen voetgangers.

Waar wandelen? 

Waar mogelijk volg je steeds de stoepen op delen van de openbare weg die voorbehouden zijn voor voetgangers. Deze worden soms aangeduid door een verkeersbord.
Zijn er geen voetpaden voorhanden, dan loop je op de berm. 
Zijn er geen bermen, dan loop je op de parkeerstroken of op het fietspad. Let wel: op het fietspad moet je voorrang geven aan fietsers en bromfietsers en op de parkeerstroken hebben de bestuurders voorrang.

Op wegen waar al deze voorzieningen ontbreken, mag je op de rijbaan lopen. Je stapt dan links in de rijrichting, zo dicht mogelijk tegen de rand van de rijbaan. Ben je in groep, dan loop je best achter elkaar.

En met de leider ? 

Het verkeersreglement geeft geen definitie van een leider.  Er wordt aangenomen dat wie de facto de leiding van een groep heeft – bv.de leidster in een jeugdvereniging – ook de leider van de groep is.

Groepen die begeleid worden door een leider, volgen de algemene regels voor voetgangers ( zie boven).  
Ze mogen echter ook altijd de rijbaan volgen, zelfs wanneer er trottoirs of andere inrichtingen voor voetgangers aanwezig zijn. 
De groep loopt dan rechts in de rijrichting en neemt zeker niet meer dan de helft van de rijbaan in beslag. 

Sinds 1 januari 2004 mogen groepen van 6 of meer personen (leider inbegrepen) ook links op de rijbaan lopen.
Zo zie je het aankomend verkeer beter aankomen. Je bent dan wel verplicht om achter elkaar te lopen.

Verlichting

In het donker of wanneer de zichtbaarheid onvoldoende is (minder dan 200 meter), moeten groepen met een leider die de rijbaan volgen verlicht zijn. 
De lichten worden geplaatst volgens de rijrichting van de bestuurders. De plaats van de groep op de rijbaan is dus bepalend voor de plaats van de lichten. 

Een groep die rechts op de rijbaan stapt, in de rijrichting, draagt links vooraan een wit of geel licht en links achteraan een rood licht. 

Als de groep links op de rijbaan stapt, tegen de rijrichting, hoort rechts vooraan een rood licht en rechts achteraan een wit of geel licht.  Naargelang van de lengte van de rij, is het aan te bevelen op de flanken van de groep één of meer gele of witte lichten te dragen die in alle richtingen zichtbaar zijn.

Daarnaast is het dragen van fluo-reflecterend materiaal (hesje, armbanden) zeker geen overbodige luxe. Fluomateriaal heeft felle fluokleuren die overdag en bij lichte schemer sterk je zichtbaarheid verhogen. 

Reflecterend materiaal is meestal zilvergrijs materiaal dat invallend licht (bv. van autolichten) weerkaatst, waardoor je meteen opvalt in het donker.

Oversteken

Op een zebrapad met verkeerslichten:

  • Waar het kan, kies je een oversteekplaats voor voetgangers waar het verkeer door verkeerslichten geregeld wordt. Om over te steken, wacht je tot het voetgangerslicht op groen staat. Let toch nog goed op voor autobestuurders die het rode licht zouden negeren of die afslaan naar de weg die je oversteekt (zelfs al heb je voorrang).
  • Als het licht op rood springt terwijl een groep oversteekt, mag wie op het zebrapad loopt verder oversteken. Wie zich echter nog op het trottoir bevindt, wacht tot het opnieuw groen wordt. Als je met een groep op stap bent is het aangeraden zeker vooraan en achteraan de groep begeleiding te voorzien. Zo is er steeds een leider aanwezig in de groep wanneer deze wordt opgesplitst.

Op een niet-bewaakte oversteekplaats (zonder lichten):

  • Is er op minder dan 30 meter een zebrapad, dan moet je dit gebruiken. Bij een niet-bewaakte oversteekplaats mogen de bestuurders de oversteekplaats slechts met matige snelheid naderen.
  • Ze moeten voorrang verlenen aan de voetgangers die zich op het zebrapad bevinden of op het punt staan zich er op te begeven.
  • Het verkeersreglement bepaalt dat het elke weggebruiker verboden is te breken door een groep voetgangers die het oversteken van de rijbaan op een reglementaire wijze begonnen is. 
  • Op een oversteekplaats die gekruist wordt door tramsporen mogen voetgangers niet meer beginnen met oversteken wanneer er een tram nadert, ook niet wanneer een deel van de groep al aan het oversteken is. De tram heeft er voorrang !

Als er geen zebrapad is:

Wanneer er geen oversteekplaats voor voetgangers aanwezig is, plan de oversteek dan in elk geval op een plaats waar je goed ziet en goed gezien wordt. Steek niet over in een bocht, op een helling, onder een brug of tussen geparkeerde voertuigen.

Nog enkele tips

  • Organiseer je als leider een uitstap, stippel dan vooraf je reisweg uit. Plan een route in een omgeving met zo weinig mogelijk te verwachten risico’s; Vermijd wegen met hoge snelheden en gevaarlijke oversteekplaatsen. Een omweg kan aangewezen zijn, bijvoorbeeld via een voetgangersbrug of –tunnel, jaagpaden, aanbevolen voetgangersroutes, enz.
  • Geef duidelijke instructies bij het begin van de tocht. Maak duidelijke afspraken (bv. we beginnen niet met oversteken alvorens de groep bijeen is).
  • Ga je op stap met een groep kinderen, laat dan de oudsten van de groep vooraan lopen en indien mogelijk ook achteraan, zodat ze kunnen waarschuwen voor aankomend verkeer. Ook rolfluitjes kunnen daarbij nuttig zijn.

Groepsleiders

Bij het oversteken van een (grote) groep (kinderen) zal meestal meer dan één leider noodzakelijk zijn. In de praktijk stellen de leiders in kwestie zich dan op de rijbaan op om het oversteken te beveiligen.

Sinds 1 januari 2004 hebben groepsleiders de mogelijkheid om aanwijzingen te geven in het verkeer om de veiligheid van een groep voetgangers te verzekeren. Om het verkeer stil te leggen, moeten ze gebruik maken van een schijf waarop het verkeersbord C3 is afgebeeld.

Opgelet: de aanwijzingen die groepsleiders mogen geven, mogen niet verward worden met de bevelen van bevoegde personen (bv. politie). 
De aanwijzingen gaan niet boven verkeerstekens en verkeersregels.

(uit folder: Een overzicht van de regels. Stappen en fietsen in groep. Folder van het Levenslijn – Kinderkankerfonds actie 2004).

Meer info

Meer info vind je op www.ikbenvoor.be Surf naar vrijwilligers, bewegingen. Deze site is een initiatief van  het Belgisch Instituut Voor Verkeersveiligheid.

Wandelen in groep in de buurlanden

Nederland

In Nederland kan een groep voetgangers ervoor kiezen om een ‘kolonne’ te vormen. Dat betekent wel dat ze zich aan specifieke verkeersregels moeten houden:

  • Een kolonne voetgangers mag op de rijbaan stappen.
  • Ze moet zich dan wel aan dezelfde verkeersregels houden als wagens. Dat betekent dus dat ze rechts van de weg moet stappen.
  • De kolonne moet ‘s nachts buiten de bebouwde kom verlichte signalen meedragen. Dat moet ook overdag, als het zicht beperkt is tot 200 meter.
  • De kolonne moet aan de linkervoorzijde een ‘lantaarn’ dragen die naar alle zijden wit of geel licht uitstraalt. Aan de linkerachterzijde moet ze een lantaarn meedragen die naar alle zijden rood licht uitstraalt. 
  • De Nederlandse wet vermeldt geen minimum aantal deelnemers van een kolonne.

Wanneer een groep voetgangers niet in kolonne stapt, moet ze het verkeersreglement volgen zoals de individuele voetgangers en moet ze gebruik maken van het voetpad, het fietspad als er geen voetpad is of van de berm of de uiterste zijde van de rijbaan als ook een fietspad of fiets/bromfietspad ontbreekt. Ze mogen kiezen welke uiterste zijde van de weg ze volgen: links of rechts.

Frankrijk

Als er geen voetpad of berm is, moeten wandelaars die niet in groep stappen:

  • binnen de bebouwde kom aan de kant van de weg lopen.
  • buiten de bebouwde kom aan de linker kant van de weg lopen, behalve wanneer dat onveilig is of in speciale omstandigheden onmogelijk is.

Een georganiseerde groep moet rechts van de weg lopen en minstens de linkerhelft van de weg vrij laten. Wanneer die groep in een rij achter mekaar loopt moet ze buiten de bebouwde kom aan de linker kant van de weg lopen, behalve wanneer dat onveilig is of in speciale omstandigheden onmogelijk is.

Een georganiseerde groep of kolonne waarvan de voetgangers ook naast mekaar stappen mag niet langer zijn dan 20 meter en moet tussen elke groep of kolonne minstens 50 m  vrij laten.
De groep moet s’ nachts verlichte signalen meedragen. Dat moet ook overdag, indien het zicht ernstig belemmerd wordt.

De groep moet aan voorzijde een wit of geel licht dragen. Aan de zijde moet ze een rood licht dragen. Langs de flank mag de groep verlicht worden met een oranje licht. De verlichting moet bij helder weer zichtbaar zijn op 150 meter. De groep moet de verlichting dragen aan de kant van de rijbaan.

Duitsland

In Duitsland mogen voetganger een ‘gesloten formatie’ vormen. Dan gelden volgende regels:

  • De wet geeft geen minimum aantal deelnemers aan. De gesloten formatie moet wel voor de andere weggebruikers duidelijk herkenbaar zijn als een gesloten formatie.
  • Ze moet alle verkeersregels van het wegverkeer volgen.
  • De gesloten formatie moet bij schemering, donker en slechte zichtbaarheid vooraan aan de zijkant een niet verblindend wit licht dragen en achteraan aan de zijkant een rood licht of een geel knipperlicht.
  • De gesloten formatie geldt als één verkeersdeelnemer en mag dus in zijn geheel een verkeerslicht passeren, ook als het te midden de groep op rood springt.
  • Is je groep langer dan 50 meter, dan moet je de formatie opsplitsen in verschillende groepen.
  • De leider van de formatie moet er voor zorgen dat regels voor een gesloten groep gerespecteerd worden.

Wanneer de groep geen formele gesloten formatie vormt moet ze de verkeersregels voor de individuele weggebruikers volgen:

  • Ze mogen op de straat lopen als er geen voetpad, vluchtstrook of berm is.
  • Binnen de bebouwde kom mogen ze in dat geval zowel links als rechts van de rijbaan lopen. Buiten de bebouwde kom moet men links van de rijbaan lopen.
  • Bij schemering, donker en slechte zichtbaarheid moeten ze per een achter mekaar stappen.

Luxemburg

Als er geen voetpad, wegberm of fietspad is moeten individuele voetgangers aan de linkse kant van de weg stappen, behalve als de plaatselijke omstandigheden dat niet toelaten.

In groep mogen wandelaars op de rechtse kant van de rijbaan stappen. 
Tussen valavond en zonsopgang of als het zicht belemmerd is, moet de groep verlicht worden met:

  • één of meerdere niet verblindende witte of gele lichten aan de voorzijde.
  • één of meerdere niet verblindende rode lichten aan de achterzijde.
  • de lichten mogen ook gedragen worden door een gemotoriseerd voertuig voor of achter de groep. De voertuigen moeten dan ook hun dimlichten aansteken.
  • Groepen die langer zijn dan 25 meter, moeten een niet verblindend geel licht dragen om de 25 meter.
  • als de groep kleiner is dan 20 personen volstaat één geel licht aan de linkerkant.
  • de verlichting moet bij helder weer zichtbaar zijn op 150 m.
  • de verlichting is niet verplicht binnen de bebouwde kom als er voldoende openbare verlichting is om de groep goed te zien.