Luxemburg: minicanyons

11 minuten leestijd

Nog steeds verbaasd zijn ze, reporter Teun en fotograaf Dieter. Canyons op tweeënhalf uur rijden van huis? Rotsformaties waar natuurparken in de VS jaloers op zouden zijn? Dat hadden ze niet verwacht, daar in het Groothertogdom Luxemburg. Ze gingen er stappen langs het Mullerthal Trail. De duidelijk gemarkeerde wandelpaden voorkomen niet dat je wegdroomt bij het eeuwenoude landschap en de legendes die er leven.

reportage
  • Wandelen

In een wit gewaad dwaalt een gouden vrouw rond op een grote, mossige overhangende rots. Tussen haar lippen zit de sleutel geperst die de goudschat in de Goldkaul opent. Vanwege haar zonden mag ze de schat niet zelf openmaken en nu wacht ze op iemand die dat voor haar wil doen. Klim om middernacht bij een volle maan en vrij van zonden naar de Goldfralay-rots.
Wanneer de gouden vrouw verschijnt, neem je zonder je handen te gebruiken de sleutel over in je eigen mond en dan kan jij de schat openen. Of zo luidt toch de legende. Waar of niet, welkom in Mullerthal!
Drie grote lussen van samen 122 kilometer lopen door de vallei en vormen samen het Mullerthal Trail. Route één staat omschreven als de panoramaroute: door de velden, appelboomgaarden en met zicht op de bocht van de Sûre. De tweede route spreekt het meest tot de verbeelding en loopt langs grillige zandstenen rotsformaties, door de sprookjesachtige loofbossen van Luxemburg. De derde route is een historische tocht langs burchten, abdijen en over kleine riviertjes. Wij hebben voor de tweede route gekozen en beginnen aan onze tocht door Klein Zwitserland in Echternach.

Bedacht door Nederlandse toeristen

Langs een smal kasseiweggetje wandelen we naar boven. Door boomgaarden met laagstammige fruitbomen zien we Echternach onder ons steeds kleiner worden. Naast het weggetje staat het gras kniehoog. Alles lijkt hier te kloppen; niets staat waar het niet hoort. We lopen verder naar boven en slaan een holle weg in van opgeschoten hazelaar en haagbeuk. Het Mullerthal Trail staat zo goed aangegeven dat het haast onmogelijk is te verdwalen. Met de sierlijke rode ‘M’ op de naamplaatjes weet je dat je juist zit.
Wanneer de weg met een lange lus voor het eerst de imposante rotsformaties van het dal toont, begrijpen we meteen waarom Nederlandse toeristen de bijnaam ‘Klein Zwitserland’ bedachten. In de negentiende eeuw was het bij rijke Engelsen in de mode om hun vakanties in het chique Zwitserland door te brengen. Net iets te hoog gegrepen voor de Nederlanders, dus doopten ze de rotsen van Luxemburg om tot hun Zwitserland: Klein Zwitserland.
We wandelen verder over het trail, een ros tapijt van verdroogde blaadjes. Hoewel het een wat grijze dag is, priemt de zon toch geregeld door de kruinen van de bomen. Ze maakt de jonge beukenblaadjes bijna doorzichtig. Uit een dode boom schiet een bonte specht weg. Achter het kleine gat horen we het hongerige gepiep van de spechtenkuikens. Overal hangt het gefluit van vogels in de lucht. De natuur maakt zich duidelijk klaar voor de zomer. Naast een ideaal wandelgebied is het Mullerthal ook een klein paradijs voor vogelspotters en plantenliefhebbers. Het vochtige klimaat, veel schaduw en de humusrijke bodem zorgen voor meer dan vijftig varensoorten en door de kalkrijke ondergrond groeien er zelfs enkele soorten orchideeën.

Minicanyons en spectaculaire zandsteenformaties

Voorbij Scheidgen overlapt het Mullerthal Trail met het Fred Welter-pad, genoemd naar de naoorlogse pionier van het wandeltoerisme. We wandelen langs de geel geverfde inscripties ‘Mir wölle bleiwe wat mir sin’ of in het Nederlands, ‘We willen blijven wat we zijn’. Fred Welter zelf kerfde die nationale leuze in 1939 in de rots ter gelegenheid van de honderdste verjaardag van het onafhankelijke groothertogdom.
De Duitse bezetter die niet zoveel later het Mullerthal binnentrok, was niet erg opgezet met de tekst. Enkele inwoners van Scheidgen verborgen daarop met een dunne cementlaag de inscriptie. Wanneer Welter na de oorlog vanuit Duitsland naar zijn geboortedorp terugkeerde, legde hij de tekst opnieuw bloot, inclusief de rode klimmende leeuw met de twee staarten uit het wapenschild van Luxemburg. Daarna legde hij zich verder toe op het uitbouwen van lange en korte wandelpaden doorheen het land.
De weg daalt zachtjes af langs een beekdalletje om dan met een scherpe hoek terug naar boven te klimmen. Hier stopt plots het bos. We lopen door een wuivend korenveld. Een veldleeuwerik hangt biddend en luid fluitend hoog in de lucht. Wat verderop spriet het kerkje van Hersberg slank boven het weiland uit.

Omdat zandsteen langs verticale breuklijnen erodeert, ontstaan er dwars door de massieve blokken miniatuurcanyons van soms maar een meter breed.

Spectaculaire zandsteenformaties

Terug het bos in. De zandstenen formaties worden steeds spectaculairder. De natuur kruipt waar ze maar kan. In elk spleetje, kiertje of gaatje groeit er wel een struik of boompje. Af en toe slaagt ze erin zo’n boompje te laten uitgroeien tot een heuse mastodont. Dan krullen de wortels dik en stevig om de rotsen heen en lijken ze met al hun macht de stenen te verstikken.

200 tot 250 miljoen jaar geleden lag de regio Mullerthal op de bodem van de zee. Onder het water ontstonden holle ruimtes van zandsteen, dolomiet en mergel. Door het verschuiven van de aardkorst twee miljoen jaar geleden werd de bodem door de enorme druk naar boven gestuwd tot op de hoogte van vandaag.

Oudere rotslagen spoelden weg en rivieren sneden diep in de poreuze grond. Zo werden de grillige rotsformaties van het Mullerthal geboren. Omdat zandsteen langs verticale breuklijnen erodeert, ontstaan er dwars door de massieve blokken miniatuurcanyons van soms maar een meter breed. De Rittergang en de Kohlscheuer spreken het meest tot de verbeelding.

Donker op klaarlichte dag

Hoewel het ideaal wandelweer is komen we amper andere wandelaars tegen. De mystieke rust die tussen de mossige rotsen hangt is haast tastbaar. Met een beetje fantasie wanen we ons tussen de overgroeide tempels van Cambodja of in het decor van Tolkiens Lord of the Rings, waar er ieder moment een ork vanachter een rots tevoorschijn kan springen.
Via smalle trapjes klimmen we naar de Kohlscheuer. De weg wordt steeds smaller. Zo smal zelfs dat we op sommige stukken ons bovenlichaam moeten draaien om nog vlot verder te kunnen. Zie je dat geklauter niet zo zitten, dan kan je altijd een kleine omweg maken via Consdorf. Nog verder gaan we gebukt een spleet in, de Déwepëtz. Al snel zien we geen hand meer voor ogen. Het advies van de toeristische dienst om een zaklantaarn mee te nemen was niet uit de lucht gegrepen.
Enkele tientallen meters stappen we in het schijnsel van onze koplampen voetje voor voetje verder. Terug in het daglicht staan we op de bodem van een smalle canyon. De steile muren van de Rittergang lopen op het breedste punt zo’n anderhalve meter uit elkaar. Een enorm rotsblok zit boven onze hoofden geklemd in de spleet. Het zandsteen voelt koud en vochtig, het mos zit als een spons volgezogen met regenwater.
Langs rotsen met namen als Goldkaul, Goldfralay en Eileburg wandelen we verder richting het dorpje met dezelfde naam als de regio, Mullerthal. Eerst kruist het wandelpad het asfalt. We volgen de bordjes naar de Schiessentümpel, wellicht het meest gefotografeerde stukje natuur van de hele regio. Hier schuurde de rivier de Zwarte Ernz drie geulen in een zandstenen drempel. Over de waterval is een stenen bruggetje gebouwd. Een koppel probeert onhandig met de zelfontspanner een foto te maken met de waterval als kitscherige achtergrond. Om het geheel compleet te maken zoeft een gele kwikstaart vrolijk door de rivierbedding richting Mullerthal.

Dal van de maalstenen

Heel Robby’s leven draait rond het toerisme in Mullerthal. Als twintiger fietste hij al met zijn mobiel infopunt naar de toeristen rond de Schiessentümpel. Vandaag, veertig jaar later, toont hij trots zijn watermolen. ‘Zo’n twintig jaar geleden ben ik met de renovatie begonnen’, vertelt hij terwijl hij de sluis naar beneden laat om de waterdruk te verhogen. ‘En niet zomaar met eender welk materiaal, hoor. Het hout heb ik uit de omringende bossen gehaald om zo dicht mogelijk bij het origineel te blijven.’

Overal hebben we overblijfselen van molens gevonden, maar nergens waren ze zo compleet als hier.

Dat origineel werd in 1680 gebouwd. In het dal hebben in die periode zo’n vijftig molens gedraaid. Mullerthal betekent vrij vertaald dan ook ‘dal van de maalstenen’. ‘Overal hebben we overblijfselen van molens gevonden, maar nergens waren ze zo compleet als hier.’ Robby trekt de sluis open en het water duwt met een eeuwenoude kracht tegen de molen. Met een zucht beginnen de raderen te draaien en brengen tand na tand de molensteen in beweging. Nu geeft Robby cursussen artisanaal brood bakken en verkoopt hij regionale producten in een klein winkeltje.

Boven de molen is het toeristische centrum van Mullerthal ingericht. We laten het kleine dorpje achter ons en gaan langs de rechteroever van de Zwarte Ernz verder naar het noorden. In de smalle strook bos Schnellert zijn we weer alleen. Vanaf de Keltenhiel volgen we de voet van een uitgesponnen rotsformatie. Het bos wordt steeds mysterieuzer, een oeroud landschap met alle tijd van de wereld. Traag klimmen we door de varens en tussen de rotsen naar het volgende dorpje, Berdorf. Een kraai vliegt op uit de dorre bladeren. Het piepen van zijn vleugels echoot verwarrend tegen de rotsen. Een dikke hommel zoekt een nest in de gaten van de rotsen. In de verte klinkt de springveer van een specht.

IJsjes van geitenmelk

Berdorf ligt in het hart van het Mullerthal. Al sinds de steentijd wonen hier mensen. De naam van het dorp komt van de vestiging Beronis Villa die hier tijdens de Romeinse periode gebouwd werd. Ingemetseld in het altaar van het kerkje kan je ook een viergodensteen terugvinden, een Romeins kunstwerk.
Vlak naast het kerkje ontmoeten we Monique Schmalen in het kleine kaaswinkeltje Berdorfer. Als dochter van een kaasboer houdt ze nu mee het familiebedrijf draaiende. ‘Alle melk die we verwerken is van eigen productie’, lacht ze trots een kuiltje in haar wang. Enkele kilometers verderop bij Hammhaff heeft de familie een boerderij. ‘We hebben vijftig koeien en een heleboel schapen. De melk komt naar hier en achterin verwerken we alles tot kaas en yoghurt. Sinds tien jaar maken we ook geitenkaas en nu verkopen we ook twee soorten ijsjes van geitenmelk’, vertelt Monique.
Als we vragen of een klein familiebedrijf vandaag nog kan overleven op het Luxemburgse platteland, hoeft ze niet lang na te denken. ‘Mensen gaan meer en meer op zoek naar regionale producten. We krijgen steeds nieuwe klanten. We verkopen onze kaas aan alle supermarkten in Luxemburg. Ik ben echt tevreden’, straalt ze.

In het keelgat van de wolf

Door de velden rond Berdorf wandelen we terug het beukenbos in voor de laatste etappe van route twee van het Mullerthal Trail. In de Hohllaygrot zien we grote uitgehouwen cirkels in het plafond en de wanden. De grot werd vroeger gebruikt om molenstenen uit te ‘snijden’ – sommigen dateren die praktijk zelfs terug tot de Kelten.
Hoewel dit stuk terug richting Echternach jammer genoeg parallel met de autobaan loopt, laat het trail zich nog een laatste keer van zijn mooiste kant zien. Als oude mannen staan de zandstenen rotsen voorover gebogen naar hun tenen te staren. We zigzaggen door het Labyrinth. Overhangende rotsen als waterspuwers lijken een verborgen stad prijs te geven. En dan stappen we pardoes de Wolfsschlucht binnen, ofwel de Gorge du Loup, het keelgat van de wolf. Tussen deze metershoge verticale rotswanden zouden roedels wolven zich hebben teruggetrokken om zich tegen jagers te beschermen. Alles zit onder een laag fluorescerend groen mos. Klimop kruipt tussen de afgebrokkelde rotsen. Langs uitgehouwen treden wandelen we voorzichtig naar beneden.
Tegen de zandstenen formaties houden beuken zich wanhopig met hun wortels vast om het onvermijdelijke nog even uit te stellen en niet naar beneden te donderen. We volgen de geverfde pijlen die ons een belle vue beloven. Na een steile klim uit de gorge langs spleten waar je zo tientallen meters de dieperik inkijkt, zien we ver onder ons de Sûre met een zachte buiging Echternach tegemoet stromen. We zijn terug aangekomen bij het begin van onze wandeling. Nog steeds verbaasd dat we zo dicht bij huis zo’n mooie en spectaculaire tocht konden maken, dalen we terug af over het kleine kasseiweggetje naar de oude stad.
 
Tekst Teun De Voeght – Foto’s Dieter Telemans
Dit artikel is verschenen in mei 2017.

deel Artikel

Word lid voor 39€

Op zoek naar kwalitatieve invulling van je vrije tijd?

Word lid van Pasar en ontdek een wereld vol boeiende activiteiten, inspirerende reizen en gezellige samenkomsten. Met Pasar geniet je van een gevarieerd aanbod aan uitstappen en evenementen, afgestemd op jouw interesses en wensen. Sluit je aan bij onze warme community en beleef onvergetelijke momenten samen met andere enthousiaste leden.

Ga voor de Pasar-pas!

lees meer