Wandelen in de Vulkaaneifel

11 minuten leestijd

Nauwelijks tienduizend jaar geleden daverde de Vulkaaneifel nog op zijn grondvesten. De vulkanen die toen vuurspuwden, horen intussen bij een groen landschap dat zo zacht glooit dat je hart rustiger gaat kloppen. kijk diep in de aarde en tot voorbij de horizon tijdens een weekendje wandelen op de vulkaan.
 

reportage
  • Wandelen

Deze reis begint met een stuk taart in de cafetaria van het Vulkanhaus in Strohn. Wat is er Duitser dan stilletjes Kaffee und Kuchen slurpen und knabbelen terwijl het buiten miezert en zwarte stenen huizen somber glinsteren? Ik weet het! In een groots landschap staan, mooi en harmonieus zonder extremen, met bloemenweides, graanvelden en op en neer deinende heuvels tot aan de verre horizon. Het is de enige selfie waarbij je de rug verplicht naar de lens keert. Poseer met hoed en wandelstok voor maximaal effect. Tuur naar de einder. En mompel: ‘Schön.’

 

Hoewel deze streek tienduizend jaar geleden daverde, wordt er vandaag vrolijk taart gebakken.

Voilà, dat is wandelen op zijn Duits - al sinds de romantiek - en het ideale actieterrein is een rustig, verstild platteland waar je onbekommerd kan verdwalen omdat elke akker, dorp of heuvel er vertrouwd aanvoelt en niets je angst inboezemt. Geen onheilspellende bergen, kloven of wouden.

Een Amerikaanse wetenschapper heeft onlangs uitgevogeld wat de Duitse romantici al wisten, namelijk dat er van zo’n landschappen een therapeutische werking uitgaat. Het summum van heilzaamheid zou de Vulkaaneifel zijn, een streek die tienduizend jaar geleden nog daverde, dreunde en dampte van het vulkanisme en waar vandaag lekkere taart wordt gebakken.

Een snuifje vulkaangas

Het voordeel van de regendag is dat we morgen als een kolkend vat vulkanische wijsheid de vredige natuur intrekken. En dat museumdirectrice Irene Sartoris ons al heeft aangestoken met haar enthousiasme voor de streek. Het Vulkanhaus is klein maar onverantwoord educatief. ‘We willen je het vulkanisme met al je zintuigen laten beleven’, zegt Irene.

Een trilplaat imiteert het gedreun van lava. Til glazen stolpjes op en je ruikt vulkaangassen. Of doe dat niet, zeker niet na een lekker stukje taart. ik kan het oercontinent Pangaea met de hand scheiden en de continenten en aardplaten heel ver op drift sturen. Of me het hoofd breken over de installatie die toont hoe kristallen bewegen in de magmakamer van een vulkaan. Jongens en wetenschap? Nou ja. Voor geologen zijn vulkanen kijkgaten in de aarde, vertelt Irene. ‘De aardkorst is veertig kilometer dik. Wat daaronder zit, kennen we dankzij het gesteente dat vulkanen uitspuwen bij erupties.’ Anders gezegd: de aarde is een appel en wij huppelen rond op de schil. Je kan je op wandel in de Vulkaaneifel al eens vergankelijk voelen. Frêle als een frisgroen lenteblaadje. Zelfrelativering gegarandeerd.

 

Koeienvlaaien en lavabommen

Het verhaal uit het museum loopt buiten verder. Wegwijzers leiden je naar de beroemde lavabom van Strohn. Vulkanen stoten projectielen uit in de vorm van koeienvlaaien, walnoten, tennisballen. Ze liggen netjes uitgestald. Grote bommen, heuse rotsblokken, ontstaan als een zware brok steeds terug in de krater valt en weer wordt uitgespuwd. Een sneeuwbaleffect, maar dan met vuur.

De lavabom van Strohn is groter dan een vrachtwagen. Bij de oude steengroeve zitten projectielen in de wand. Het museum heeft ze ingekaderd met ijzeren frames. Irene, die ook erkend streekgids is en je meeneemt op foto- en mountainbiketours, wil ons het alfbachtal tonen. Hoge loofbomen overkoepelen de diepe vallei. Hun blaadjes geven licht, als in een glasraam.

De vallei is duister en vochtig. Het beekje sleept ronde keien mee. In de zwarte rotswand zitten vlijmscherpe stenen. Blijkt dat we op een oude lavastroom staan. Zeven kilometer lang, het record in de Eifel. ‘Dit dal was honderd meter dieper,’ vertelt Irene, ‘en is volgestroomd met lava. Daarna heeft de beek een nieuwe vallei uitgesleten.’ Keert straks de lava terug? De groene lenteblaadjes bekommeren zich er niet om.

 

De heuvels hebben ogen

Op vruchtbare lava groeien kruiden, struiken, bomen, hele bossen. Vulkanen eroderen en vermommen zich als groene heuvels. De Vulkaaneifel is niet zwartgeblakerd en er zijn geen vulkaankegels. Maar vlieg in een luchtballon over het landschap en je ziet waterplassen die verdacht veel op kratermeren lijken. De geologische term is ‘maar’. Ze worden de ogen van de Eifel genoemd omdat ze blauw en rond zijn.

In het dorpje Schalkenmehren vertrekt een panoramische wandeling langs drie maren. Hier kan je de Vulkaaneifel diep in de ogen kijken en dat weet elke toerist die de streek bezoekt. We vertrekken hoog in het dorp, achter de kerk. De drukte luwt al snel. Het pad loopt tussen de bomen en struiken tegen de kraterwand. Het Schalkenmehrer Maar is al een beetje opgedroogd.

Naast het moerasland verbouwt een boer graan. Aan de overkant grenst een ligweide aan een afgebakende plek om te zwemmen. Het blauwe water is erg diep. Na veertig minuten steken we de heuvelrug over naar het Weinfelder Maar. Een witte kapel weerspiegelt in het zwarte water. Ze hoorde bij een dorp dat na een pestepidemie werd ontruimd. Zo kwam een stuk natuur dat krioelt van het leven aan de bijnaam Dodenmaar.

Het laatste maar, het Gemündener Maar, ligt honderd meter dieper, ingekapseld in het naaldwoud. Er omheen wandelen is even inspannend als afdalen in een vulkaankrater, maar op de Dronketurm, een nagemaakt middeleeuws torentje, kan ik de vulkaan diep in het oog kijken. De oriëntatietafel leert me welke heuvels in de omtrek vulkanen verbergen.

Omgekeerde vulkaan

Irene had ons al twee maren getoond, nabij het Vulkanhaus. Zoals veel streekbewoners heeft ze leren zwemmen in het Pulvermaar, een beeldschone, 75 meter diepe waterplas. Maak je geen zorgen, het natuurbad - zoals dat heet in Duitsland - is veilig afgebakend.

Van het Strohner Märchen blijft alleen nog veen over. Vanuit de lucht gezien is het een bruine modderpoel in een bloemenweide, een vlekje op de schil van de appel.

 

Maren zijn de tegenpool van vulkanen en trekken leven aan.

Het Strohner Märchen is de toekomst van het Pulvermaar. Hoe dat zit? Irene: ‘Maren zijn de tegenpool van vulkanen. De vulkaan stuwt magma op dat vol gas zit. Onderweg botst het op water, met gigantische explosies tot gevolg. In plaats van een berg krijg je een diepe put. Uiteindelijk loopt de put vol met water en ontstaat een meer dat geleidelijk zal uitdrogen.’

Slechts 11 van de 75 maren lijken nog op kratermeren. De andere zijn gekrompen tot poelen of veranderd in veen. Ze zijn allemaal betoverend want ze trekken leven aan. Onze tweede wandeling leidt langs drie totaal verschillende maren.

Van meer tot moeras

Reimund Schmitz is zo’n Duitser die al eens naar een landschap tuurt en ‘Schön’ mompelt. ‘Dit maakt de Eifel zo mooi’, juicht hij in het eerste bos op onze tocht. ‘Kwetterende vogeltjes, frisse lucht, de harsgeur van het naaldwoud!’ Duitsers kunnen juichen op fluistertoon. Geen ree die hoeft te schrikken. In onze kleine wandelgroep wordt geconverseerd maar niet gekletst. Alsof ons gezelschap zich aan een ongeschreven etiquette voor wandelaars houdt.

Voor vijf euro kan je op pad met gediplomeerd streekgids Reimund en zo’n stel hoffelijke natuurmensen. De drie maren van de Holzmaargroep vormen straks het hoogtepunt van onze dertien kilometer lange lus over het platteland. Reimund doet dit duidelijk uit liefde voor zijn streek want hij verdient weinig aan ons groepje. Hij praat de tijd niet vol maar pakt soms uit met trefzekere streekweetjes. Sparren heten hier Pruisenbomen, want de koning van Pruisen heeft de heuvels in de negentiende eeuw beplant voor de houtwinning. Armoede dat hier heerste! Het boerengezin op een foto uit 1950 ziet er heel sjofel uit.

 

Geneeskrachtig water

Het Holzmaar lijkt op een parkvijver. Mensen joggen of rusten op banken. ‘Dit maar is een stuwmeer geworden’, vertelt Reimund, ‘en staat onder natuurbescherming. Jammer dat je niet meer mag zwemmen want de mineralen in het water genezen wondjes.’ Een sprookjespad leidt naar het volgende maar.

Op stap met kinderen? Klap de metalen boeken open, de Keltische sprookjes zijn vertaald in het Nederlands. Het Dürres Maar is verdord. Zand stuwt de bodem op en er ontstaan welvingen. Net ribbels op het strand of heuvels in het landschap. Het Hitsche Maar, dat ooit vijftig meter diep was, is gekrompen tot een moddervlek waar een verspringer overheen wipt. Het proces heeft duizenden jaren geduurd.

‘In de geologie betekent duizend jaar niets’, zegt Reimund. ‘een maar is als een put in de weg, alleen droogt de plas veel trager op.’ Rond de maren bloeien absurd kleurrijke bloemenweides.

Graan wiegt op elke heuvel. Heuvels volgen elkaar op tot voorbij de horizon. Bij het klooster van Buchholz in Eckfeld kijk je zo ver en heb je zo veel lucht en ruimte dat je een oerkreet zou kunnen uitstoten. Maar waarschijnlijk voel je de nood niet. Hier brullen alleen vulkanen, om de zoveel duizend jaar.

 

Burchtenromantiek

De menselijke geschiedenis lijkt futiel in de Vulkaaneifel. Een nanoseconde geleden - omgerekend honderdtwintig jaar - schreef een Britse edelvrouw over de Manderscheider Burgenstieg: ‘Het uitzicht is inderdaad prachtig, de weg kronkelt tijdens de beklimming omhoog waardoor de burchten van positie wisselen.’ Een oogwenk daarvoor, rond de elfde eeuw, beloerden rivaliserende troepen elkaar in de burchten.

De Niederburg hoorde bij Luxemburg, de Oberburg bij het aartsbisdom Trier en de grens liep langs de diepe, beeldschone vallei van de Lieser. Het dorp Manderscheid troont op een klif. De witte huizen tuimelen bijna naar beneden. Burchtenromantiek troef op de wandeling. Reken drie uur voor de zeven kilometer, omdat je stijgt en daalt en vaak halthoudt. Op het grasveld bij de Niederburg kan je een picknicklaken uitspreiden. Tijdens het laatste weekend van augustus wordt er een riddertornooi gehouden.

Van de Oberburg is alleen de donjon bewaard, die keurig gerestaureerd overeind staat. In het hoge gras groeien veldbloemen. Seizoenen zullen elkaar opvolgen. Wandelaars zullen over de vallei uitkijken, kinderen zullen fantaseren over ridders, de burchten zullen afbrokkelen en gerestaureerd worden. Hoe lang de cyclus doorgaat, weet niemand maar ooit zullen de sluimerende vulkanen van de eifel weer ontwaken.

De beste Duitse geitenkaas

Meenemen op je trip: een koeltas, want Inge Thommes-Burbach en haar team maken uitstekende geitenkaas. ‘Vroeger hadden families in de Eifel één of twee geiten’, vertelt ze. ‘Ze eten weinig, nemen weinig plaats in en zijn gemakkelijk te onderhouden. De geit was de koe van de arme mensen.’

Op het Vulkanhof in Gillenfeld scharrelen 200 witte Duitse edelgeiten rond. Ze eten vooral stro want de vruchtbare vulkanische bodem maakt het gras te eiwitrijk en moeilijk verteerbaar. Geiten knaagden oorspronkelijk op schrale sprietjes en twijgjes in Azië en Afrika. In de hoevewinkel kan je ruim vijftien verschillende kaasjes kopen.

Er zijn verse kaasstronkjes, milde kazen (stijl camembert) en harde, oude kazen. Die worden gecombineerd met daslook, kruiden, veldbloemen, walnoot kruimels, pijnboompitten, wijnbladen, schnaps en abdijbier. Waar Inge de inspiratie haalt? ‘Ik ga zwemmen in het pulvermaar. Of ik wandel eromheen. Dan kom ik altijd op ideeën.

Tekst Gert Corremans - Foto’s Michaël Dehaspe

Dit artikel is verschenen in het zomernummer ( juli - augustus ) van 2016.

deel Artikel

Word lid voor 39€

Op zoek naar kwalitatieve invulling van je vrije tijd?

Word lid van Pasar en ontdek een wereld vol boeiende activiteiten, inspirerende reizen en gezellige samenkomsten. Met Pasar geniet je van een gevarieerd aanbod aan uitstappen en evenementen, afgestemd op jouw interesses en wensen. Sluit je aan bij onze warme community en beleef onvergetelijke momenten samen met andere enthousiaste leden.

Ga voor de Pasar-pas!

lees meer