Door de modder langs de Dijle
Geen zin om zelf een route te plannen? Vraag de planner van Fietsknooppunten om het voor jou te doen. Reporter Lien en fotografe Siska lieten zich verrassen in de Beneden-Dijlevallei tussen Mechelen en Tremelo en kwamen thuis van een ontdekkingstocht langs poelen, knotwilgen en wuivend riet.
- Fietsen
We zijn een tikje teleurgesteld. Ze zitten er niet. Vanuit het station van Mechelen zijn we de slingerende Dijle gevolgd tot aan het kerkhof van Muizen. Hier staan wel vaker fietsers en wandelaars stil. Niet zozeer voor de zee van grijze grafzerken, wél voor het koppel ooievaars dat een nest gebouwd heeft op een levensgroot kruisbeeld van Jezus. Een indrukwekkend nest. Het hoofd en de armen van Jezus verdwijnen volledig onder een gigantisch bouwwerk van takken en twijgen. Sommigen zien er een reusachtige doornenkroon in, of een symbolische ontmoeting van leven en dood. We stappen van onze fiets en lopen de begraafplaats op. Ooievaars trekken normaal naar het zuiden om te overwinteren, maar het echtpaar uit Muizen besloot deze winter voor het eerst om hier te blijven. De kans dat we ze in hun nest zouden zien zitten, was er dus, maar helaas… Ze zullen slakken of wormen aan het zoeken zijn in de Barebeekvallei. De ooievaars zijn geliefd bij buurtbewoners en voorbijgangers, maar niet geheel onbesproken. Hun nest weegt gemakkelijk een paar honderd kilogram, wat zelfs voor een man als Jezus lastig is om te dragen. Talloze pogingen zijn er al ondernomen om de ooievaars weg te lokken naar een andere, nieuwe nestpaal in de buurt. Er werd plastic en ijzerdraad rond het hoofd en de armen van het Jezusbeeld gedraaid om het koppel te ontmoedigen hun nest hier te bouwen. De ooievaars staan erbij en kijken ernaar. En blijven lekker zitten.*
Kronkelende Dijle
De Barebeekvallei is één van de grote stukken natuur in het Mechels Rivierengebied, met vochtige weilanden, akkers en heel veel watervogels, die hier flink wat voedsel vinden. Een gloednieuw plankenpad zorgt ervoor dat je zonder natte voeten - en zelfs met rolstoel of kinderwagen - het gebied kan verkennen. Zelf blijven we netjes met onze fiets op het jaagpad naast de Dijle, die ook na Muizen lustig verder kronkelt. We zijn opnieuw een tikje teleurgesteld: een dik pak wolken verduistert koppig de blauwe lucht. We weten het - slecht weer bestaat niet, alleen slechte kleding - maar hoe hard we deze Zweedse levenswijsheid ook willen geloven, we zijn toch blij als de zon na een paar kilometer fietsen door de wolken breekt. Het jaagpad tussen Muizen en Rijmenam is één van de mooiste fietspaden in de Beneden Dijlevallei, zeker in zonlicht. Geflankeerd door het stromende water rijd je hier kilometers door de rust, met zicht op graslanden, poelen en moerassen, knotwilgen en wuivend riet. Huizen, straten en stad lijken ver weg, net zoals ochtendstress, deadlines, oorlogen en klimaatcrisissen. De wind maakt ons hoofd leeg van kleine zorgen en grote wereldproblemen.
Grind en wind
We kruisen Rijmenam. Straks fietsen we hier opnieuw door - onze verrassingsroute is een lus - dus nu houden we het bij een korte stop aan de Sint-Elooiskapel. De oudste kapel van Rijmenam is gewijd aan Sint-Elooi, de vermoedelijke stichter van de parochie. Toen in 1986 een nieuwe brug gebouwd werd over de Dijle stond de kapel letterlijk in de weg. Ze werd afgebroken en enkele meters verder opnieuw opgebouwd. De zon heeft het gevecht met de wolken intussen gewonnen en verwarmt onze verkleumde handen en wangen, terwijl we onze weg langs de Dijle vervolgen. Mochten we wielrenners zijn, we zouden spreken over het betere bochtenwerk. Het meanderende water en de steeds blauwere lucht leveren een plaatje op dat ons vrolijk maakt, en ons - zoals wel vaker tijdens onze ontdekkingstochten - opnieuw doet verbazen over de schoonheid van het Vlaamse landschap. Het natte grind onder onze banden maakt onze fiets én broekspijpen goed vuil, en de sterke wind doet ons stevig naar ons stuur grijpen, maar het deert niet. Het doet je alleen maar meer onderweg voelen.
Boterhammen bij Damiaan
Op de grens tussen Haacht en Keerbergen houden we halt bij de oude Hansbrug. Al eeuwenlang - de oudste vermelding dateert uit 1234 - steken reizigers tussen Leuven en Lier hier de rivier over, lezen we. In 1893 werd de houten brug een ijzeren ophaalbrug die twee Wereldoorlogen, veel vernielingen en evenveel herstellingen overleefde. Enkele bochten verder sturen de knooppunten ons het water over, onder het goedkeurend oog van een metershoge, houten Pater Damiaan die de brug flankeert. De Damiaanbrug brengt ons in twee minuten tijd naar Ninde, een gehucht in Tremelo waar Damiaan in 1840 als Jozef de Veuster werd geboren. Zijn geboortehuis, waarin een deel van het Damiaanmuseum is ondergebracht, krijgt op het moment van onze doortocht een grondige opknapbeurt. We eten onze boterhammen op een bankje in de zon met zicht op de witte muren en groene raampjes van het huis waar de ‘grootste Belg’ ooit met zijn zeven broers en zussen rond de tafel zat.
Brabantse Kempen
Onze verrassingslus voert ons door de Pater Damiaanstraat - er móest wel een straat met deze naam in de buurt zijn - richting Keerbergen. De gemeente wordt doormidden gesneden door een drukke steenweg, maar staat vooral gekend staat om haar groene villawijken. Wie zich graag verbaast over meterslange oprijlanen, intimiderende toegangspoorten en een mengelmoes van villa’s in moderne, landelijke of Spaanse stijl: fiets zeker eens een rondje door Keerbergen. We rijden voorbij het groene domein van het Koninklijk Atheneum Keerbergen, waar kinderen letterlijk onder de bomen spelen, en stappen even van onze fiets aan Pommelsven. Dit kleine natuurreservaat is een overblijfsel van een groot heidegebied dat zich in de achttiende eeuw uitstrekte van Bonheiden tot Baal, en wel eens ‘De Brabantse Kempen’ genoemd werd. We zien waarom. Een beetje verderop, aan de Heimolen, spotten we een bankje in volle zon. Mochten we nog boterhammen over hebben, was dit de ideale picknickplek geweest. De bijna 700 jaar oude Heimolen werd enkele jaren geleden volledig gerestaureerd. Alexander Malomgré, een jonge twintiger met een passie voor windmolens, is hier molenaar. Elke zaterdag laat hij - als de wind meezit - de wieken van de Heimolen draaien en maalt hij graan. Vandaag staat de molen roerloos maar fotogeniek in de wind.
De paarden van Patrick
Na een korte doortocht door het centrum van Keerbergen fietsen we opnieuw het groen in. Broekelei is een natuurgebied ontstaan uit een meander van de Dijle, die duizenden jaren geleden afgesneden werd. Het natte gebied dat overbleef - een ‘broek’ - is vandaag een wandelgebied vol poelen en beekjes, vlonderpaden, vogels en vleermuizen. Wie geluk heeft, kan er ijsvogels en salamanders spotten. Met onze fiets doorkruisen we slechts een stukje, maar het voelt even alsof we er middenin zitten, vooral dankzij het zonlicht dat zich door de kale boomkruinen laat vallen. We komen opnieuw aan in Rijmenam, waar we twijfelen tussen een koffie bij Bar Elvire of toch maar verder fietsen, om zoveel mogelijk van de namiddagzon te genieten. Het wordt uiteindelijk iets helemaal anders: een bezoek aan De Wed, een kleine taverne met spaghetti, omeletten en koude tonijnschotel op de kaart, maar vooral met een uniek museum. Eigenaar Patrick Veys raakte als kleine jongen gefascineerd door paarden. Hij begon alles wat met paarden te maken heeft te verzamelen - van beeldjes en schilderijen tot werktuigen, kussens en koffiekopjes - en werd niet alleen succesvol ruiter en uitbater van twee maneges, maar ook oprichter van zijn eigen paardenmuseum. Een idee van zijn vrouw Françoise, die het jammer vond dat verzameling van haar man verstopt bleef in honderden kartonnen dozen op zolder. Het koppel zeventigers staat nog steeds zelf achter de toog en in de keuken. Het museum loopt overal door - van zolder tot toilet tot schuur in de tuin - en is heerlijk chaotisch, overweldigend en aandoenlijk tegelijkertijd.
Van broek naar broek
De volgende uren zijn puur genot. De afstand die we overbruggen is haast verwaarloosbaar - een schamele tien kilometer - maar we stoppen zowat elk kwartier om rond te kijken, foto’s te nemen of kort een klein wandelweggetje in te slaan. Het begint in Cassenbroek, waar we spontaan willen beginnen rijmen over verdronken bomen. Duizend jaar geleden stroomde hier de Demer, die nu veel vroeger - al in Werchter - samenvloeit met de Dijle. De meander van de Demer verdween, het water bleef, waarna een dikke veenlaag zich vormde. Het natte landschap zet zich verder in Mispeldonk, nog een natuurgebied waar open weidelandschappen, vochtige loofbosjes en zelfs heide elkaar afwisselen. Met onze fietsen kunnen we niet diep in het gebied, maar zelfs langsrijden is een plezier. Cassenbroek en Mispeldonk vormen samen met Mechels Broek één groot, groen netwerk in de Beneden-Dijlevallei. Een lappendeken van kronkelende sloten, modderige paden en zompige grasvelden die herinneren aan een verleden vol water, toen hier het natuurlijke overstromingsgebied van de Dijle was. De zon zakt stilletjes neer terwijl we over het mooiste weggetje rond Mechelen - de Muizenhoekstraat - terug richting Muizen fietsen. We zijn omringd door knotwilgen, die al eeuwenlang nergens beter thuishoren dan hier. Rechts van ons strekt het Mechels Broek zich uit, met haar vijvers en vogelijkhutten. In Het Brughuis warmen we op boven een dampend bord spaghetti. Stamgasten waaien binnen, buiten valt de avond, terwijl onze wangen gloeien van de brandende stoof. De lus is rond - en wij moe maar tevreden.
Onze route in knooppunten
vertrek: Muizen
64 - 65 - 73 - 22 - 83 - 25 - 58 - 69 - 64 - 24 - 63 - 67 - 66 - 73 - 70 - 46 - 64
Dit is de route die ‘Surprise me’ voor ons uitgestippeld had. Aan knooppunt 23 zijn we even van de route afgeweken en zijn we rechtstreeks naar knooppunt 64 gefietst. We hebben dus een stukje van de route afgesneden. De extra kilometers tussen knooppunt 25-58-69-64 voeren je door de dorpskern van Ninde en langs het meer van Keerbergen.
Fietsen langs het water
De Dijle - de levensader van Mechelen - brengt je op prachtige plekken. Voor wie wil fietsen langs het water, is de stad van de Maneblussers, zoals de bijnaam van de Mechelaars luidt, het ideale startpunt.
- Vanuit Muizen fiets je dwars door de Beneden-Dijlevallei, een groots weide- en moeraslandschap op een boogscheut van de stad. Het strekt zich uit van Muizen tot Rijmenam en omvat verschillende natuurgebieden zoals Mechels Broek, Barebeekvallei, Cassenbroek, Mispeldonk en Pikhakendonk.
- Of je nu de Dijle, de vaart of de Zenne volgt, deze drie waterlopen leiden allemaal naar één van de mooiste plekjes van Mechelen: het Zennegat. Hier vloeien de Zenne en het kanaal Leuven-Mechelen samen met de Dijle. Fiets verder richting Rumst, waar je langs de Rupel helemaal naar de Schelde kan fietsen.
- Volg vanuit deelgemeente Walem de kronkelende Nete en fietst door de groene Netevallei de stad Lier binnen, de ‘poort van de Kempen’ waar de Kleine en Grote Nete samenvloeien.
- Het kanaal Leuven-Mechelen of ‘de vaart’ is één van de oudste kanalen in België. Het water brengt je in haast een kaarsrechte lijn van de vaartkom in Leuven naar het Zennegat in Mechelen. De vijf authentieke sluizen die je onderweg tegenkomt - Tildonk, Kampenhout, Boortmeerbeek, Battel en Zennegat - zijn beschermd.