Leven als een bourgondiër

10 minuten leestijd

De Hanzesteden in Nederland liggen op mooie locaties aan het water. Reporter Jessica de Korte volgde op de fiets de IJssel, waarover de koggen - houten schepen - vroeger vis, bier en tabak vervoerden. Ze ontmoette er een boel bewoners, van een maître pipier tot een aardbeienboer.

reportage
  • Fietsen

Maître Pipier staat op de bordeauxrode luifel. In gouden letters. Achter de chique gevel in Zutphen gaat al een eeuw lang een sigarenspeciaalzaak schuil. Door zijn bevlogenheid mag Willem Schimmel zichzelf maître pipier noemen, een titel die hoort bij een sociëteit uit het Franse Saint-Claude, zo’n beetje de hoofdstad van de pijp. ‘Hier komen bourgondiërs,’ zegt Willem. ‘Die houden van lekker eten, een goed glas wijn of een whisky. De sigaar kan daar picobello bij.’

Even tot rust komen. Dat is de bedoeling als je het historische pand binnenloopt. In de loungekamer kan je neerploffen in een van de leren stoelen, en een sigaar of pijp aansteken. Het donkerhouten meubilair, de zwart-witfoto’s aan de muur, het heeft iets nostalgisch. Willem: ‘Het leven is zo hectisch. Als je het journaal volgt, weet je dat er van alles aan de hand is. Mensen die geen rust meer kunnen vinden, zijn rijp voor een burn-out.’ Willem knikt naar de twee jongemannen die in de winkel werken. ‘De bedoeling is dat zij de boel  straks doorzetten.’

Het is geen toeval, dat een van de laatste sigarenwinkels juist op deze plek zit. Zutphen kende als Hanzestad een enorme welvaart. Amsterdam en Rotterdam waren nog dorpen toen kooplieden in meerdere steden een handtekening onder het Hanzeverbond zetten. Zakendoen werd eenvoudiger en goedkoper. Samen lukte het beter om niet alleen de piraten te slim af te zijn, maar ook de landheren met hun belastingen. In de middeleeuwen werden producten als vis, hout en bier vervoerd. Na de ontdekkingsreizen kwamen daar luxeproducten als specerijen, thee en tabak bij.

Popperige huizen

Op de fiets kan je een mooie route maken langs de negen Nederlandse Hanzesteden die aan de Randmeren en de IJssel liggen. Even een tandje terug, net als in de sigarenwinkel van Willem, maar dan op een gezondere manier. Er gaat een LF3 Hanzeroute van Kampen naar Millingen, maar je kan ook zelf een tocht bedenken via het fietsknooppuntennetwerk. Wij fietsen van Zutphen naar Deventer, Hattem, Zwolle, Hasselt en Kampen. Allemaal monumentale steden met pakhuizen en koopmanshuizen, soms ook een stadsmuur.

Zutphen, daar begint de reis dus. De Torenstad, met een oude skyline, waar je langs popperige huizen met trapgevels en houten kozijnen rijdt. Het stikt er van de boetiekjes. Die namen, wie wordt daar niet vrolijk van? Appel & Ei voor tweedehands kleding. Labels van up-and-coming ontwerpers bij Radijs. En anders is er nog Van Rossum’s Koffie, die op een krijtbord laat weten dat ‘koffie een middel is tegen een slecht humeur’. Maître pipier Willem gaf al aan niet te begrijpen waarom Aziatische toeristen vaak Amsterdam aandoen, maar Zutphen overslaan.

De Randstad in het westen van Nederland is de motor van de Nederlandse economie. Maar het oude Hanzeverbond, daar deden vooral steden in het oosten aan mee. Allemaal lagen ze naast rivieren. Steek je boven Zutphen het Twentekanaal over, dan zie je al snel de IJssel glinsteren. Breed en machtig. In de Gouden Eeuw voeren hier de koggen; houten schepen met een platte bodem en rechthoekig zeil. Daarin kon wel honderd keer de lading van een kar. In de glorietijd waren er wel honderdvijftig Hanzesteden, die lagen ook in bijvoorbeeld Vlaanderen, Scandinavië en Duitsland.

Aardbeien in de watten

Over dezelfde rivier varen vandaag de dag vrachtschepen. Log en zwaar, maar toch met een bepaalde schoonheid. Het lijkt wel alsof ze door het water glijden. Op de fiets kan je het tempo makkelijk bijbenen. Ondertussen vliegt een groep kolganzen over en komt een paard in de wei nieuwsgierig een kijkje nemen. Hij ruikt aan de fietstassen. Misschien is hij iemand gewend die iets lekkers komt brengen?

De weg ligt leeg voor ons. Op het land is een boer bezig, die zichzelf voorstelt als Henk Makkink. ‘Ik teel zacht fruit, zoals aardbeien, kersen en frambozen,’ zegt hij. ‘Je moet de planten een beetje in de watten leggen.’ Rond april zet hij bijenkasten in de boomgaard, zodat de bloemen kunnen worden bevrucht. Twee maanden later kan hij het eerste fruit plukken, dat zijn vrouw Gerdi bij een stalletje verkoopt. Henk heeft zeven aardbeirassen. ‘De elsanta, die was in Nederland altijd heilig,’ vertelt hij, met een zwaar Gelders accent. ‘Ik kan daar slecht mee overweg. Je moet er van alles bijgooien, wil het goed gaan.’

Met nieuwe rassen kwam hij uitgerekend in België in aanraking, bij Proefcentrum Fruitteelt in Sint-Truiden. ‘Belgen zijn praktischer, Nederlanders fundamenteler. Hier willen inkopers een aardbei die je naar Moskou kan schoppen en die je na een week nog kan consumeren. Neem van mij aan, hoe lekkerder de aardbei, hoe slechter bewaarbaar.’ Hij lacht. De mariguette, die is zoet en sappig. Frisser en zacht is de figaro. Zo leer je nog wat, midden in het akkerland.

Voedzame stokvis

In Gorssel brengt fietsvoetveer Dommerholt ons naar de overkant. Aan de overkant zit je direct in natuurreservaat Wilpsche Klei van Staatsbosbeheer. Een oud cultuurlandschap met dijken, boomgaarden, wilgen en meidoornhagen. De boerderijen liggen op terpen. Dat moet ook wel, want bij een hoge stand van de IJssel dienen de weilanden als overloopgebied.

In het voorjaar broeden hier vogels als de grutto, wulp en kievit. Handig, verderop bij restaurant De Kribbe hangt een rijwiel-hulpkist. Knalgeel, kan je niet missen.

Deventer verschijnt in zicht. Ook daar gaat een voetveer. Eerst nog even een kop koffie drinken bij pop-uprestaurant Meadow op het stadsstrand, dat van april tot oktober open is. Een mooier uitzicht kan bijna niet, met aan de overkant van het water de oude gevels van de stad en de statige Lebuinuskerk. Een paar meiden zijn giechelend aan het pootjebaden - het water zal behoorlijk koud zijn. Zwemmen mag sowieso niet door de sterke stroming.

Wachtend op het veer blijft het schitterend, die huizen in wit, bruin en donkergroen, met de houten luiken en puntdaken. Het is bijna jammer als de pont ons op komt halen. Stokvis heet de boot. Een bijnaam voor de Deventenaren die stamt uit de Hanzetijd. De economische bloei van de stad kwam voor een groot deel door de handel in stokvis (gedroogde vis) met het Noorse Bergen. Stokvis was volksvoedsel, goedkoop en voedzaam. Op een kade langs de haven hingen de haringen te drogen.

Opzij voor een kudde koeien

Aan de rand van Deventer fiets je langs eeuwenoude landhuizen. Duidelijk gebouwd met het idee om op te vallen. Kijk mij, ik heb het goed voor elkaar. Veel ramen, overal versieringen, niet verkeerd om in te wonen. Daarna trek je weer het platteland in. Aan beide kanten liggen plassen met namen als Reutekolk, Lange Kolk en De Roetwaarden. Even moeten we opzij voor een grote kudde koeien die hun hoorns nog hebben, met achteraan de boer met zweep. Zo’n tafereel zie je eigenlijk nauwelijks nog in Nederland. Zou de tijd hier toch een beetje stilstaan?

Na een heerlijk nachtje kamperen onder de sterren bij Landgoed Molecaten is het tijd voor veerpont nummer vier. ’t Kleine Veer brengt ons van Hanzestad Hattem naar Hanzestad Zwolle. Eind van de middeleeuwen roeiden de veermannen hun passanten nog naar de overzijde, soms door ruw en onstuimig water. De overzettijd kon oplopen tot een half uur of meer. Onze tocht is gelukkig een stuk relaxter.

Zwolle blijkt net zo levendig als Zutphen. De handelsgeest is nog steeds niet verdwenen, net als de creativiteit. Zo laat de jonge kunstschilder Natasje van ’t Ende zich inspireren door de natuurrijke omgeving waar we later weer doorheen zullen fietsen. Vooral bomen en vogels vindt ze interessant. ‘Natuur verveelt nooit,’ zegt ze. ‘Ik zie continu wat nieuws.’ Bij haar galerie NendeKunst knallen de kleuren van het doek af.

Poetsen uit verveling

De route gaat verder door weilanden met Friese koeien en ooievaarsnesten. Af en toe tikt de weg bijna de IJssel aan, om daarna weer afscheid te nemen. Over de Vecht nemen we de Haersterveer, het laatste handgetrokken kabelpontje van Nederland. Je hoeft alleen maar de bel te luiden, en dan komt de pont - eigenlijk een soort vlot. Veerbaas Jacob Versteegh houdt alles bewust primitief. Hij is bang dat zijn gebiedje in het Vechtdal kapot gaat als er te veel mensen komen.

Het lijkt te werken. Weer zijn de wegen voor ons alleen. In Hanzestad Hasselt klaagt de barvrouw van Café Ad’vundum zelfs dat het vandaag té rustig is. ‘Ik heb niets te doen. De tijd gaat zó langzaam.’ Uit verveling besluit ze spontaan de vloeren te boenen. Met een stadskern van slechts een paar straten is het Nederlandse Hasselt heel anders dan de gelijknamige winkel- en modestad in België.

Op de rand van Hasselt liggen de kalkovens waar veel bewoners vroeger hun brood verdienden. Zwaar en gevaarlijk werk was het. Wij moeten ook even zwoegen, als we richting Kampen tegen de wind in fietsen. De laatste Hanzestad van deze reis. Als we de tent hebben opgezet, duiken we nog even het fraaie centrum in. Rond 1880 was bijna de helft van de bewoners werkzaam in de tabaksindustrie. Van de 110 (!) fabrieken is er nog eentje over. De Olifant, waar je alles over tabak leert. Een maître pipier als Willem Schimmel, die word je niet zomaar. Maar na onze fietstocht voelen we ons wél bourgondiërs.

deel Artikel

Word lid voor 39€

Op zoek naar kwalitatieve invulling van je vrije tijd?

Word lid van Pasar en ontdek een wereld vol boeiende activiteiten, inspirerende reizen en gezellige samenkomsten. Met Pasar geniet je van een gevarieerd aanbod aan uitstappen en evenementen, afgestemd op jouw interesses en wensen. Sluit je aan bij onze warme community en beleef onvergetelijke momenten samen met andere enthousiaste leden.

Ga voor de Pasar-pas!

lees meer