De avonturen van Hergé

6 minuten leestijd

Je moet geen stripfanaat zijn om gefascineerd te raken door de figuur en het werk van Belgiës bekendste striptekenaar Hergé. Het museum dat zijn leven en de kwaliteit van zijn werk uitmuntend in de verf zet kreeg een prominente plek in de jonge studentenstad Louvain-la-Neuve.

reportage
  • Uitstappen en vakanties

Het hedendaagse gebouw van architect Christian de Portzamparc lijkt op een haast zwevend ruimteschip in de natuur. Door de grote glaspartijen zie je niet meteen een museum. Binnen kijk je op naar enkele enorme, pastelkleurige volumes, elk met thema’s uit de boeken van Kuifje. Dat maakt gelijk nieuwsgierig naar wat er echt te zien is. Die prikkel is gewild, de inrichters koesteren nog even het mysterie.

Al is er nog een reden om de werken in het verborgene te houden. Het museum beschikt over zowat de hele nalatenschap van Hergé: duizenden tekeningen, ontwerpen, afdrukken en objecten. Veel van die materialen zijn kwetsbaar en verkleuren onder te fel licht. Daarom wisselen de tentoongestelde originelen regelmatig en worden ze onder aangepast kunstlicht in de schemerduistere ruimtes getoond. Dat zorgt tegelijk voor een intiemere betrokkenheid van de bezoeker. Tussen de zalen loop je door het museum over loopbruggen met zicht op stad en park. Zo kom je even op adem in het licht.

Het museum is niet meteen geschikt voor kleine kinderen, want er is veel te zien, maar weinig te doen. Toch is het een unieke plek om kennis te maken met het leven en werk van Kuifjes schepper.

De kleinste details

Gids Marc Vanhacter neemt me mee door de acht thematische zalen en begint logischerwijs bij de levensloop van Georges Remi. Als kind tekent Georges al volop. Als jonge twintiger creëert hij Toto, een avontuurlijke scout voor het tijdschrift van de scouts. Georges wisselt de initialen van zijn naam om en maakt er zijn pseudoniem van, Hergé (RG). ‘De drang naar avontuur, het leven in de natuur, het ontdekken, Hergé is altijd scout gebleven en heeft het zijn held Kuifje van in het begin meegegeven’, vertelt Marc.

‘We laten zien hoe zijn figuren in het begin ondanks hun eenvoud meteen raak zijn. Er wordt nog in zwart-wit gedrukt, vandaar die goed afgelijnde tekeningen: de Klare lijn. Wat eerst niet anders kon, is uitgegroeid tot een stijl.’

Kuifje komt in 1929 op het toneel in de krantenbijlage voor jongeren Le Petit Vingtième. In zwart-wit dus. Kleur komt pas wanneer uitgeverij Casterman de Kuifjeverhalen als albums uitgeeft. Voor de boeken past Hergé zijn werk aan en zal dat zijn leven lang doen. Ervaring en techniek maken dat het beter kan. Perfectionist Hergé laat heruitgaven hertekenen tot in de kleinste details en minutieus inkleuren.

‘Op zijn tekeningen is meer te beleven dan wat je meteen opvalt’, zegt Marc en hij nodigt me uit enkele prenten eerst vanop een afstand te bekijken en dan pas dichterbij te komen. ‘Iemand die daar zeker toe heeft bijgedragen is Antwerpenaar Bob De Moor. De lanceerbasis van Kuifjes ruimteraket bijvoorbeeld komt uit zijn pen. Een pareltje vol details. Hergé heeft 35 jaar met hem samengewerkt. Ze zijn hechte vrienden geworden.’

De stereotypen voorbij

Nog iemand die een cruciale rol speelde in het leven van Hergé was Tchang, een Chinese student die hem er sinds zijn bijdrage aan De blauwe lotus van overtuigde zijn verhalen beter op te bouwen en verder te kijken dan de geldende culturele stereotypen. Op sommige vroegere albums kwam later kritiek, bij voorbeeld op Kuifje in Congo. ‘Maar dat moet je in zijn tijd zien’, betoogt Marc. ‘Hergé was nooit in Afrika, Amerika of de Sovjet-Unie geweest. Hij ging voort op wat hij oppikte uit zijn omgeving. Pas door Tchang is hij zich beter gaan documenteren en in de jaren zestig begint hij te reizen, samen met zijn tweede echtgenote Fanny Vlamynck. Zo neemt hij meer tijd voor zichzelf na een persoonlijke crisis.’ Ook al verliest hij Tchang uit het oog, de vriendschap blijft.

Als Hergé in 1983 kinderloos overlijdt, erft Fanny alles. Zij zorgt ervoor dat die massa waardevolle stukken bij elkaar blijft en in het museum onder de beste omstandigheden kan getoond worden. Hergé maakte niet alleen Kuifje wereldberoemd, uit zijn tekenpen vloeiden ook de vrolijke ketjes Kwik en Flupke, naast Jo, Suus en Jokko, hun aapje. Het hield hem niet tegen om ook reclameopdrachten, boekillustraties, omslagen en affiches te ontwerpen.

‘Hij wist zeer goed wat hij wou’, benadrukt Marc en hij wijst op een wandbrede foto van de Studio’s Hergé. ‘Zijn medewerkers zitten achter elkaar opgesteld. Zelf kijkt hij mee over de schouder van een van hen. Hij gaf ook heel strikte aanwijzingen en stuurde bij. Gaandeweg was het werk te omvangrijk geworden. Hij moest wel andere tekenaars inschakelen. Zelf tekende hij nog de belangrijkste figuren en legde hij de laatste hand aan elk plaatje. We hebben zelfs een pak brieven waarin hij zijn beklag doet bij de uitgeverij over de drukkwaliteit van de kleuren. Het moest allemaal heel precies zijn.’

Nog een voorbeeld. In de afdeling over de ‘Vrolijke wetenschap’ staat tussen de vitrines over uitvindingen en technische hoogstandjes uit de strips het bovendeel van de beroemde raket uit Raket naar de maan in hout. ‘In detail uitgewerkt en demonteerbaar. Zo kon elke tekenaar precies zien hoe de raket er ook vanbinnen uitzag.’

Naar het leven en de film

Hergé liet zich graag door zijn omgeving inspireren. Nogal wat figuren en elementen uit het echte leven komen met een knipoog in de albums terecht. Bianca Castofiore is gemodelleerd naar operadiva Maria Callas en volgens Marc ook wel naar Hergés tante Mimi, een pianiste. Voor professor Zonnebloem stond de Zwitserse uitvinder en ontdekkingsreiziger Auguste Piccard model. Voor Jansen en Janssen keek hij naar zijn eigen vader en diens tweelingbroer. Allebei droegen die eenzelfde bolhoed. Hun domheid en napraterij komen zo uit een roman met de agenten Schultze en Muller, een parodie op Jules Vernes Reis om de wereld in 80 dagen. De hond Bobby heet in het Frans Milou, koosnaampje van Hergés jeugdliefde Marie-Louise Van Cutsem. En het kasteel van Molensloot bestaat echt, maar dan in Cheverney in de Loirestreek. Hergé liet wel de twee flankerende zijgebouwen weg.

De gorilla Ranko in De zwarte rotsen doet meteen aan King Kong denken. ‘Hergé stak die invloed van bioscoopfilms niet onder stoelen of banken. Hij ging graag en vaak naar de cinema en legde zelf de link met de zevende kunst’, aldus Marc. ‘De opbouw van stripverhalen moet immers visueel zijn, dan zit je heel dicht op het scenario van een film. En striptekenaars hebben een arsenaal aan trucs om beweging en dynamiek te suggereren in hun plaatjes.’

Want beweging zit van begin tot eind in de avonturen van Kuifje ingebakken. De jonge reporter reist dat het een aard heeft. Hij loopt, springt, vliegt, duikt en vaart. Als het moet vecht hij een stevig robbertje met elke onverlaat die zijn pad kruist. ‘Is het je trouwens al opgevallen dat Kuifje zowat de enige journalist is die nauwelijks een artikel schrijft’, vraagt Marc retorisch. ‘Daar heeft hij gewoon de tijd niet voor.’

www.museeherge.com

deel Artikel

Word lid voor 39€

Op zoek naar kwalitatieve invulling van je vrije tijd?

Word lid van Pasar en ontdek een wereld vol boeiende activiteiten, inspirerende reizen en gezellige samenkomsten. Met Pasar geniet je van een gevarieerd aanbod aan uitstappen en evenementen, afgestemd op jouw interesses en wensen. Sluit je aan bij onze warme community en beleef onvergetelijke momenten samen met andere enthousiaste leden.

Ga voor de Pasar-pas!

lees meer