Langlaufen in Lapland

8 minuten leestijd

Geen betere manier om te onthaasten dan enkele dagen langlaufen in het Nationaal Park Urho Kekkonen in Fins Lapland. Voorzichtig langs bemoste berken glijden, rendieren groeten, naar de laagstaande zon kijken en de stramme spieren wegzweten in de sauna. Op de latten bij de Lappen: het is haalbaar voor iedereen. Zolang je het maar langzaam doet.

 

reportage
  • Uitstappen en vakanties

Midden maart en dagtemperaturen net boven het vriespunt. Een zon die al rond zeven uur ’s ochtends van de partij is, nooit echt hoog boven de horizon uitkomt maar toch flink haar best blijft doen tot ongeveer zes uur ’s avonds.

We denken niet meteen aan arctische toestanden, en toch zijn we aan het langlaufen in Saariselkä, een tweehonderd zielen tellend dorpje in Fins Lapland, een flink stuk boven de poolgrens en op een zucht van de Russische grens.

We kiezen als beginneling voor een makkelijke tocht: zo’n 15 kilometer doorheen de wouden van het Nationaal Park Urho Kekkonen, met zijn 2.550 vierkante kilometer het op één na grootste natuurgebied in het op zich al flink met wouden en meren en ander natuurlijk fraais bedeelde Finland.

Zacht glooiend, zo kan je de grotendeels beboste hoogvlakte het beste omschrijven. En dat maakt dit natuurpark meteen tot een waar walhalla voor adepten van de langlaufsport. Aan de ingangspoort van het natuurpark klikken we onze langlaufschoenen in de latten vast.

Bij Lapland Safaris huurden we degelijke Rossignol-ski’s, uitgerust met de R-grip: een ingenieus systeem dat je ski’s met behulp van rubber ideaal grip geeft op de sneeuw. Geen nood meer aan ingewikkeld waxen of allerlei schubvormige inkepingen om je langlauflatten vast op de sneeuw te houden.

Met verbazend gemak kunnen we lichte hellingen naar boven wandelen. Het is daarbij zaak om continu contact te houden met de perfect onderhouden sporen. Een lokale insider geeft ons aanmoedigend raad: ‘Verleg je evenwicht van je ene op je andere been. Je zal merken hoe makkelijk je de heuvel op komt.’ Naar beneden glijden de latten als vanzelf.

Overuren voor je ogen

Onze tocht brengt ons naar de binnenkant van het natuurpark. Hoe dieper we het woud intrekken, hoe minder andere mensen we tegen het lijf glijden.

De stress uit het thuisland maakt plaats voor het monotone geschuifel van onze latten en het al even eentonige gehijg van onze eigen hartslag. Onze ogen schieten heen en weer, als wisten ze niet waar eerst te kijken: naar de diepe sporen in de sneeuw of de natuur die tegen zes per uur langs ons heen schuift.

 

We zijn non-savants en leren langlaufen met vallen en opstaan.

We horen het je al vragen: of wij dan goede langlaufers zijn? Verre van! We zijn hier in Saariselkä als ‘non-savants’ aangekomen, en namen gisteren één les. Instructrice Jonna loodst ons door de eerste beslommeringen van deze eenvoudige maar o zo fijne sport. ‘Zie het als een glijdende vorm van wandelen. Er zijn maar een aantal zaken waarop je moet letten.’

We krijgen latten (langer en smaller dan wat we bij alpijns skiën gewend zijn), stokken (een stuk langer), en makkelijk zittende warme schoenen. Op een korte loipe naast ons hotel leert Jonna ons de eerste kneepjes.

We vorderen, maar doen dat letterlijk met vallen en opstaan. ‘Het is belangrijk dat je goed kan vallen en makkelijk terug opstaan’, oreert de jongedame. We oefenen vol overgave.

Maar goed, dat was gisteren. Vandaag glijden we door de schier eindeloze wouden van Lapland. Dit is de speeltuin van wolven, vossen, bruine beren, lynxen, elanden maar ook van rendieren.

Velen van hen leven in het wild, maar anderen worden gecultiveerd. Door Hanna onder andere. Hanna is een echte Saami, een echte Lapse dus. De harde ruigheid van noordelijk Lapland heeft de Saami nooit weggejaagd.

Integendeel: koude, lange en donkere winters en lichte zomers vormen al eeuwen de heimat van de Lappen. Generaties lang al kweekt Hanna’s familie rendieren.

Tijdens de winter lopen de wijfjes vrij door het woud, en moeten de (gecastreerde) mannetjes werken: toeristen op sleeën rondvoeren. Teder kijkt ze naar Kÿösti, een van haar lievelingsrendieren.

‘Hij is net zijn gewei kwijtgespeeld. Elk jaar opnieuw vervangen ze hun gewei. Dat groeit enorm snel.’ We willen weten hoeveel rendieren Hanna heeft, maar dat blijkt een onbeleefde vraag te zijn.

Ze lacht verlegen: ‘Dat vraag je niet. Het is alsof je vraagt hoeveel ik verdien. Laat ik zo antwoorden: ik heb rendieren aan beide zijden van de berk.’

 

Worst en warm bessensap

Na enkele uren langlaufen, dieper het bos in, komen we aan een open plaats. Vlak, dus dat moet een bevroren meer zijn. We klieven wat houtblokken en maken een open vuurtje aan. Veel typischer kan het niet, denken we, terwijl we een worstje op een scherp gesneden berkentak spiesen en boven het vuur grillen. We drinken warm bessensap. De tocht gaat verder.

We zijn hier half maart, en het weer valt buitengewoon mee, beseffen we. De zon heeft er na een lange zonloze winter opnieuw zin in, en zorgt met haar lage stand en sterke stralen voor grillige schaduwen doorheen de eindeloze reeksen kale berken en sparren. Het is lichtjes beginnen te vriezen, en dat is een heerlijke temperatuur om deze trage sport te beoefenen.

Langlaufen krijg je snel onder de knie.

We merken ook hoe onze – voordien nog onbestaande – techniek snel verbetert. Natuurlijk hebben we een voordeel omdat we alpijns kunnen skiën. Maar langlaufen is en blijft toch ook een sport die makkelijk onder de knie te krijgen is.

Als het wat steiler bergop gaat, leren we snel hoe we in schaatspas boven raken. En ploegend raken we zonder al te veel horten en stoten ook wat steilere stukjes van het parcours beneden.

Na een lange, gestage klim, komen we aan bij de Rumakurahut. Een desolate houten constructie die in een ver verleden nog researchdoelen had, maar vandaag vooral een welkome beschutting vormt voor moegestreden langlaufers (en zomerse wandelaars). Binnen knettert de haard, dankzij de blokken die er door vele passanten worden opgegooid.

Want net zoals de andere hutten in dit nationaal park is ook de Rumakurahut niet bewaakt. Het is een daghut waar wederzijds respect ervoor zorgt dat iedereen hier kan opwarmen of een meegebracht hapje eten. Overnachten kan, ‘alleen als het echt niet anders kan’. Overlevingsaanwijzingen op zijn Scandinavisch vinden we dat.

 

Rendiersteak, saignant

We sterken zelf aan met een kop warm bessensap en een chocoladereep. Meer hoeft niet, denken we, want de weg terug is langzaam glooiend bergaf. Met de stellige zekerheid dat we in de vroege avond in de negentig graden hete sauna van ons hotel zullen belanden, vatten we de terugweg aan. Langzaam doen we dat, want een echte langlaufer beseft dat langzaamheid grote zaken past.

We moeten geduld oefenen, tot we morgen een nieuwe, wat langere tocht op de latten bij de Lappen mogen maken. Tussen vandaag en morgen rest ons alleen nog een rendiersteak. Saignant gebakken, als het even kan.

Noorderlicht

Zo’n tweehonderd nachten per jaar kan je in noordelijk Lapland het noorderlicht zien. het ontstaat bij zonne-uitbarstingen die grote hoeveelheden geladen deeltjes in onze aardse atmosfeer zwieren.

Je kan het noorderlicht – of aurora borealis – makkelijkst waarnemen in het hoge Noorden, dikwijls in de winter. Voorwaarde is wel dat je een heldere hemel hebt. Ben je ter plaatse en wil je het absoluut niet missen? Informeer je over het weerbericht voor de komende nachten op www.aurora-service.eu.

 

Start to Langlauf

Is langlaufen moeilijk? Neen! Noem het zonder veel overdrijving een winterse variant van wandelen. Wie een gemiddelde tot goede conditie heeft, neemt het best een halve dag les en is nadien klaar voor het echte werk. De basis heb je zó onder de knie:

  1. Correct aanbinden van de ski’s
  2. Leren vallen en makkelijk weer opstaan
  3. Je eerste meters glijden (op vlakke sneeuw) zonder stokken, om zo je evenwicht te vinden
  4. Glijden mét skistokken. Let op: het echte werk blijft voor de benen!
  5. Lichtjes bergop skiën in ploegstand
  6. Lichtjes bergaf skiën met beide stokken die parallel bewegen
  7. Pas veel later zal je de schaatstechniek aanleren (maar die is zeker niet essentieel om van het langlaufen te kunnen genieten)

Tekst Aart De Zitter – Foto’s Thomas De Boever

Dit artikel is verschenen in december 2015.

 

deel Artikel

Word lid voor 39€

Op zoek naar kwalitatieve invulling van je vrije tijd?

Word lid van Pasar en ontdek een wereld vol boeiende activiteiten, inspirerende reizen en gezellige samenkomsten. Met Pasar geniet je van een gevarieerd aanbod aan uitstappen en evenementen, afgestemd op jouw interesses en wensen. Sluit je aan bij onze warme community en beleef onvergetelijke momenten samen met andere enthousiaste leden.

Ga voor de Pasar-pas!

lees meer