Waar de Alpen uit de zee verrijzen

10 minuten leestijd

Wat Corsica van andere eilanden in de Middellandse Zee onderscheidt, is het buitengewoon bergachtige binnenland. Deze granieten ruggengraat met wilde torens en scherpe graten vormt ook het decor van de GR 20, een van de meest legendarische langeafstandspaden in Europa.

praktisch
  • Wandelen

‘Bij zonsopgang duikt Corsica uit de zee op. Als een schip vol bergen, dat boven de horizon lijkt te drijven!’ schreef Italo Calvino ooit. Persoonlijk vind ik het uitzicht vanaf het ‘schip’ zeker net zo boeiend. Terwijl de eerste zonnestralen boven de bergen uitstijgen, plof ik mijn rugzak in het gras en geniet met volle teugen van het panorama: de baai van Calvi, de verwijderde heuvels met de Balagnedorpen, het nabije Calenzana… Vanuit het imkerdorp in de diepte waaien flarden van geluiden omhoog. Hondengeblaf, klokkengelui, een knetterende brommer… Een laatste blik, dan verdwijnt het dorp uit het zicht.

Het pad klimt verder, eerst tussen de dennen, later in de rotsen. Ten slotte komen er klauterwerk en stalen kabels aan te pas. Vooral bij de GR 20 noord – GR staat voor Grande Randonnée (langeafstandspad), de 20 voor het vroegere departement Corsica – is ‘klauterwandelen’ dagelijkse kost. Wanneer de hut van Ortu di u Piobbu EINDELIJK in zicht komt, vraag ik mij af of de route sinds mijn laatste bezoek – het is mijn vierde GR 20 – zoveel zwaarder geworden is. Maar de enige die zwaarder geworden is, ben helaas ikzelf. Wat nog opvalt? Ook het publiek is veranderd!

Het noodlot slaat toe

Naast wandelaars hebben ook extreemsporters de GR 20 ontdekt. De Franse trailloper François D’Haene liep de tocht in 2016 in een recordtijd van 31 uur en 6 minuten. Maar hij is blijkbaar niet de enige die haast heeft. Vroeger trok je voor het traject twee weken uit. Vandaag haspelen velen de tocht in zes of zeven dagen af. En in plaats van ‘Heb jij ook die moeflons gezien?’ hoor je eerder de vraag ‘Welke etappes heb je gekoppeld?’ Een evolutie die vroeg of laat tot een drama moest leiden.

Op 10 juni 2015 sloeg het noodlot toe. De plaats van het onheil: de Cirque de la Solitude. De passage door de diepe rotsketel was vroeger de sleuteletappe van de GR 20. En één van de grootste uitdagingen: met behulp van kettingen en ladders moest je eerst 200 meter omlaag en dan weer omhoog. Op die bewuste dag barstte ’s middags boven de Cirque de la Solitude een hevig onweer los. De zware regenval veroorzaakte een bergstorting, die diverse wandelaars, allemaal oververmoeide en gehaaste ‘koppelaars’, in de rotsketel verraste. Zeven mensen lieten het leven. Daarna werd de ‘koningsetappe’ geschrapt. Markeringen en kettingen werden verwijderd, zodat de route nu alleen nog begaanbaar is voor ervaren bergbeklimmers.

De GR 20 werd omgeleid en verloopt nu over een nieuw traject, dat zeker niet gemakkelijker is. Vanaf Ascu Stagnu schiet het ‘pad’ – met het nodige klauterwerk – omhoog en voert over de Pointe des Éboulis (2.607 m), een uitloper van het massief van de Monte Cinto. Door de grote hoogte kunnen (bevroren) sneeuwvelden hier tot in de vroege zomer voor gevaar zorgen. Ook de lange, steile afdaling naar Tighjettu over gladde rotsen en puin is niet van de poes.

De berg rookt

De volgende dagen windt het pad zich rond de Paglia Orba, vanwege haar piramidevorm vaak geroemd als ‘koningin van de Corsicaanse bergen’. Maar de nabije Capu Tafunatu, getooid met een enorm gat in het midden van de berg, is al even imposant. Volgens de legende smeedde de duivel een zeis, waarbij de Paglia Orba als aambeeld diende. Toen het mes brak, ontstak satan in woede en slingerde zijn hamer weg, die dwars door de Capu Tafunatu vloog.

Bij de afdaling door het dal van de Golo voltrekt zich een vreemd schouwspel: de wind drijft de wolken dwars door de berg. ‘De berg rookt’, zeggen de locals dan. Ik neem mijn intrek in het Castel de Vergio. Het hotel met kazerne-flair, het enige wijd en zijd, wordt geleid door monsieur Luciani, die als een veldheer over zijn rijk waakt. ‘Rugzakken HIER neerzetten!’ waarschuwt een hele batterij borden bij de ingang… die ik helaas heb gemist. Terwijl ik argeloos aan een tafeltje op het terras ga zitten, komt de ‘veldheer’ prompt tevoorschijn en leest mij de levieten. Wanneer ik niet snel genoeg gehoor geef aan zijn wens, snelt de temperatuur van de Corsicaan naar het kookpunt. Zijn vuurrode kop ontploft nog net niet.

De eerste sneeuw

Bij de aanleg van de GR 20 werd hier en daar gebruikgemaakt van oude herderspaden, waarover ooit het vee naar de zomerweiden werd geleid. Deze muilezelpaden zijn vaak echte pareltjes en vormen een welkome afwisseling voor de steile klauterpartijen. Een bijzonder mooi exemplaar kronkelt vanaf de Bocca San Pedru over een lange graat omhoog. Tijdens de klim steekt een koude wind op, die ‘s nachts zal aanwakkeren tot een orkaan. Ook de thermometer maakt een forse duik. In de bergen valt de eerste sneeuw. En dat is niet goed. Tussen de Refuge de Manganu en de Refuge Petra Piana voert de GR 20 over scherpe graten en langs diepe afgronden, bij dit weer een hachelijke onderneming.

Na een gedwongen rustdag trek ik de deur van Manganu achter mij dicht. De wolken zijn nu verdwenen. Ook de sneeuw smelt snel. Terwijl ik over een scherpe graat balanceer, ontvouwt zich een prachtig uitzicht op het Lac de Capitello en Lac de Melo. De meren in de diepte, omringd door gladgepolijste granietwanden, zijn een relict van de ijstijd. Wanneer het weer de volgende dag – het is inmiddels begin oktober – opnieuw omslaat, houd ik het voor bekeken. En daarvoor biedt Vizzavona, de enige plek langs de GR 20 met een station, de ideale vluchtroute.

Kracht van de mistral

Elf maanden later sta ik terug op het perron van Vizzavona. Vanaf het voormalige luchtkuuroord klimt het pad gezapig door het bos naar de Bocca Palmente en kronkelt dan hoog boven het dal van de Fium’Orbu verder naar het zuiden. Een traject dat typerend is voor de GR 20 zuid, waar de etappes doorgaans minder steil en rotsachtig zijn.

Wat mij niet bevalt, zijn de wolken die boven de Bocca di Verde voorbij jagen. Eens te meer dreigt een storm. Tijdens de klim door het bos houdt hij zich nog gedeisd, maar op de Bocca d’Oru barst de hel los. Keiharde windstoten jagen door de pas. Twee Britten laten zich door de wind verrassen en rollen als stroballen de struiken in. De kracht van de mistral, een ijskoude noordenwind uit het Rhônedal, is verbijsterend!

In Prati is een huurtent geboekt. Maar aan kamperen valt niet te denken. De helft van de tenten hangt aan flarden. Het gezicht van Jean-Jacques spreekt boekdelen. In het begin van de zomer beschikte de gardien over 40 huurtenten. Elf vielen in juli ten prooi aan de hagel. En de rest wordt nu door de storm geveld. Wanneer ik ‘s ochtends mijn rugzak oppik, staan er nog twaalf overeind. De storm is intussen wel wat geluwd. En dat is maar goed ook: de GR 20 kronkelt nu over kammen en graten, gekruid met fraaie uitzichten in alle richtingen: in het oosten glinstert de zee, in het westen schuiven kleine bergdorpen voorbij, in het noorden tekenen zich de Monte Renoso en Monte Rotondo af. Vanaf de Arête des Statues of ‘beeldengraat’, genoemd naar de grillige rotstorens, zijn zelfs de oost- en westkust gelijktijdig te zien.

Vervallen schaapskooien

Op de graten volgt het eenzame Plateau du Cuscionu. Groene weiden, plukjes bosjes. Massa’s verkoolde stammen. Bij onweer moet je hier niet wezen. En onweren doet het hier vaak. In augustus rolt de donder bijna dagelijks over de hoogvlakte, die ooit was bezaaid met tientallen schaapskooien. Doch met het verdwijnen van de transhumance, de jaarlijkse veetrek naar de bergweiden, vervielen de bergeries (schaapskooien) en werden overwoekerd door het maquis.

Een daarvan is de Bergerie de Croci, die in de jaren 70 werd opgegeven. Tientallen jaren later ontfermde zich Jean-Louis Léandri, een varkenskweker uit Zicavo, over de ruïne. Steen voor steen bouwde hij de bergerie weer op en toverde ze om tot een gîte, waar wandelaars terecht kunnen voor een bed en een omelet met brocciu of een bord eigengemaakte varkensworst en -ham.

Zijn varkens brengt Jean-Louis in de vroege zomer naar het plateau. Daar kunnen de dieren maandenlang vrij rondstruinen, in het bos een maaltje wortels, eikels of kastanjes bijeenscharrelen of een wellnessbad in een modderpoel nemen. In oktober keren de dieren terug naar het dal, waar ze de laatste weken van hun bestaan met kastanjes worden verwend. ‘Zo krijgt het vlees een fijnere smaak’, grijnst Jean-Louis, terwijl hij de deur van het aanpalende vertrek opent, waar coppa, lonzu en figatellu (zie kader) hangen te drogen.

Twee dagen later duikt het Bavella-massief op. Verbluft staar ik naar de spitse graniettorens, vaak ook cornes d’Asinao (ezelsoren) genoemd, wanneer achter mij een donderslag weerklinkt. Boven de Monte Incudine is de hemel inktzwart. Maar de berg lijkt het onweer te blokkeren. Na een poosje stopt het gerommel. Opgelucht haal ik adem en vervolg mijn weg. Nog een laatste bocht, dan over de rotsen verder naar Bavella. Ik reken mij al rijk, maar… Plots rijt een bliksemschicht de hemel open. Nóg een onweersbui. En deze komt direct op mij af. Natuurlijk hier waar er geen beschutting is. Het wordt een wedloop met de tijd. Met een forse sprint bereik ik nog net op tijd de Auberge du Col de Bavella. Dan gaan de hemelsluizen open.

Geweldig uitzicht

Het eindpunt Conca lokt, maar eigenlijk betreur ik een beetje niet in Paliri te hebben overnacht. De hut, omringd door hoge graniettorens, heeft wellicht de mooiste ligging van allemaal. ‘De zonsopgang is uniek’, verraadt gardien Jean-Baptiste. ‘Op mooie dagen herken je Montecristo, Sardinië en Elba, op koude, heldere dagen zelfs Livorno op het Italiaanse vasteland.’ Calvino zou het uitzicht bevallen hebben. Zeker weten!

Stappen en slapen langs de GR 20

De GR 20 volgt het verloop van de centrale Corsicaanse bergketen en verbindt Calenzana in het noordwesten met Conca in het zuidoosten.
Halverwege ligt Vizzavona, het begin- of eindpunt voor wandelaars die alleen de GR 20 noord of de GR 20 zuid lopen.
De noordelijke etappes zijn de zwaarste; ze voeren door zeer steil, rotsachtig terrein en vereisen vaak enig klauterwerk. De zuidelijke etappes zijn meestal langer, eenvoudiger en bieden een afwisseling van graten, plateaus en valleien.
De GR 20 is gemarkeerd met rood-witte verfstrepen.
Aan het einde van elke etappe zijn er eenvoudige berghutten met een kookmogelijkheid, toiletten en douches. Bij de hutten kan je ook kamperen. In vele hutten wordt voor bedwantsen gewaarschuwd. Dat probleem kan je omzeilen door te overnachten in een (huur)tent. In alle hutten zijn maaltijden en proviand verkrijgbaar.
De beste tijd voor de GR 20 is van juni tot september. In deze periode zijn de hutten ook bemand. Denk eraan steeds voldoende drinkwater mee te nemen. Op sommige etappes vind je onderweg geen water! Op warme zomerdagen is een vroege start noodzakelijk, zeker bij onweersdreiging.

deel Artikel

Word lid voor 39€

Op zoek naar kwalitatieve invulling van je vrije tijd?

Word lid van Pasar en ontdek een wereld vol boeiende activiteiten, inspirerende reizen en gezellige samenkomsten. Met Pasar geniet je van een gevarieerd aanbod aan uitstappen en evenementen, afgestemd op jouw interesses en wensen. Sluit je aan bij onze warme community en beleef onvergetelijke momenten samen met andere enthousiaste leden.

Ga voor de Pasar-pas!

lees meer