Op bergtocht in de Lage Landen

9 minuten leestijd

Zeven toppen, weidse vergezichten, holle wegen, sprookjesachtige vakwerkhuizen, kruisbeelden en kapelletjes, uitgelezen wijn en speciaalbier…. Dat rijmt niet met het beeld van een polderplat Nederland. Toch is de Dutch Mountain Trail een ruige bergtocht van 101 kilometer, zeker in de winter.

Tekst Frederic Eelbode, Foto’s Thomas De Boever

reportage
  • Wandelen

De Vaalserberg is met zijn 322,4 meter het hoogste punt van Nederland. Als je de Wilhelminatoren beklimt, sta je nog eens 35 meter hoger. Wij stappen enkele meters verder, steken de grens met ons land over en willen de Boudewijntoren beklimmen: die is nog eens 20 meter hoger dan zijn Nederlandse tegenhanger. Op een winterse weekdag is hij niet bemand, maar geen nood, je kan de sleutel ophalen bij de belendende frituur. ‘De lift doet het vandaag niet, maar je kan de trap nemen’, klinkt het.

Als je aan hoogtevrees lijdt, is de beklimming van de Boudewijntoren géén goed idee. Het is een stalen constructie en de trap bestaat uit 208 transparante treden. Hoe hoger je klimt, hoe harder het waait. En de toren wiebelt een beetje mee. Vanop een 360-gradenplatform krijg je een machtig uitzicht op de omliggende bossen en heuvels. Het panorama beslaat drie landen: de Nederlandse mijnstreek en Zuid-Limburg, de Duitse Eifel en het Ruhrgebied, en de Belgische Ardennen.

Stevige bergschoenen

Het uitgesproken reliëf springt in het oog, zeker naar Nederlandse maatstaven. Toen de Ardennen en de Eifel werden gevormd, kreeg het Nederlandse Zuid-Limburg ondergronds een zetje mee. Oorspronkelijk was het één groot plateau, maar na verloop van tijd hebben de Maas en vele beekjes dalen uitgesleten. Zo ontstonden er heuvels. Waar het water niet kon komen, bleven ‘bergtoppen’ over. Dit is het meest on-Nederlandse stukje Nederland en het decor van de Dutch Moutain Trail.

De ‘Nederlandse Bergroute’? Het gaat haast op je lachspieren werken. Zeker als je leest hoe onze noorderburen het pad omschrijven. ‘Een ruige wandeltocht van ruim 100 kilometer die de Seven Summits met elkaar verbindt. Loop van het station in Eygelshoven bij Kerkrade naar het station van Maastricht over een route waar het echte berggevoel nooit ver weg is. Alpenweides, snelstromende beken, rotswanden en natuurlijk spectaculaire vergezichten: ze zullen je uitdagen en in vervoering brengen.’

Wij verkennen de zeven toppen in de winter. De Nederlandse bergen zijn doorgaans sneeuwvrij en raketten of crampons heb je niet nodig onder je voeten. Wat je wel nodig hebt: een waterdichte regenjas en een stevig paar bergschoenen. De route is 101 kilometer lang en telt 1.718 hoogtemeters, verdeeld over vier etappes van zo’n 25 kilometer. Ook een gps-toestel of -horloge is haast onontbeerlijk: de tocht is maar gedeeltelijk bewegwijzerd.

Sneeuwberg zonder sneeuw

De trail begint in voormalig steenkoolmijngebied. In de jaren 50 werkte zowat iedereen in de streek in ‘de koel’, ondertussen zijn de putten dicht en kwam er toeristische recreatie in de plaats. De eerste van de zeven toppen is de Wilhelminaberg, een kunstmatige heuvel in Landgraaf. De top van 225 meter ontstond als steenstort van de gelijknamige mijn.

Verderop herinneren betonblokken van de Siegfriedlinie aan Hitlers vergeefse poging om geallieerde tanks buiten zijn afbrokkelende Reich te houden. Wij laten ons niet tegenhouden en steken de grens over. De tweede summit is de Schneeberg in Duitsland. Hij dankt zijn naam niet aan eeuwige sneeuw, maar aan de kalkgrond die in de zomer een opvallend lichte kleur heeft. Vanaf de top op 257 meter zie je Aken liggen. Het eindpunt van de etappe is het ‘drielandenstadje’ Vaals. ‘Officieel zijn we een dorp, want we hebben geen stadsrechten’, knipoogt Herman Wehkamp, coördinator Routepunt bij Visit Zuid-Limburg.

Toch merk je aan alles dat het er leeft en hééft geleefd. ‘Het was de achttiende-eeuwse lakenindustrie die het dorp zijn stadse allure gaf.’ En dan kan je niet om de naam van Johann Arnold Von Clermont heen. De Akense textielfabrikant vestigde zich in Vaals en bracht de industrie tot leven. Een groot aantal gebouwen herinnert aan hem. De Obelisk is het vertrekpunt van een stadswandeling. Ze is opgericht ter ere van Von Clermont. Hij was niet de enige Duitser die de weg naar Vaals vond. Het werd een Luftkurort en een drukbezocht uitgangscentrum waar vooral welgestelden uit Aken zich kwamen vermaken in de balzalen, casino’s en bioscopen.

Drie- of vierlandenpunt?

De monumentale Sint-Pauluskerk is gebouwd in neogotische stijl, voor de katholieke meerderheid. In de schaduw ervan staat de gezellige Frans-Waalse kerk, het gebedshuis voor de protestanten. Het Von Clermontplein is het historische hart van de stad. De wekelijkse dinsdagmarkt vindt er plaats en lokt zowel Nederlanders, Duitsers als Belgen. Wat verderop staat Kleng Wach, Limburgs voor ‘klein wachthuisje’. Het voormalige douanekantoor is het kleinste museum van Nederland.

Voor wij onze route verderzetten, bezoeken we nog een cultureel hoogtepunt: de abdij Sint-Benedictusberg. De architecturale parel ligt op een bosrijke heuvelrug en kijkt uit over het dal van de Selzerbeek. De twee ronde hoektorens springen van ver in het oog, maar daar gaat het niet om. Dom Hans van der Laan was architect en ontwikkelde het plastisch getal, een soort veruitwendiging van de gulden snede. Hij ontwierp het klooster volgens die getallenleer. De kerk en de crypte zijn sober en sereen, maar niet koud. Ook alle meubilair is naar het plastisch getal vervaardigd waardoor je als vanzelf in een contemplatieve stemming raakt.

Hoe hemels ook, wij laten het brevieren en gaan weer klimmen. Net als Von Clermont is de grens in Vaals nooit ver weg. Als je vanuit het centrum de Viergrenzenweg neemt, bereik je na amper drie kilometer en vele hoogtemeters het Drielandenpunt. Wacht ‘ns even? Drie landen, vier grenzen? Tussen 1839 en 1920 lag hier ook de grens met het ministaatje Neutraal Moresnet. Daar lag een lucratieve zinkmijn en de buurlanden kwamen niet overeen wie er eigenaar van zou worden. In 1920 werd het pleit beslecht in het voordeel van België, maar het zink was intussen uitgeput.

Limburgse wijn

Vanaf de Vaalserberg loopt de route door het dichte loofwoud van het Vijlenerbos, waar ondertussen de eerste sneeuwklokjes ontspringen. Dat lijkt ook het teken voor roofvogels om nesten te beginnen bouwen. We zien ze bedrijvig in het zwerk terwijl we van panoramische uitzichten genieten. De ene keer kijk je terug naar de berg waar je vandaan kwam, de andere keer zie je het doel voor de volgende dag opdoemen.

Op de zuidhellingen zien we ondertussen winterse wijnranken. Limburg is de Nederlandse wijnprovincie bij uitstek. Al in 1986 begon Hans Beurskens in het gehucht Rott met de aanplant van een kleine wijngaard. ‘Ondertussen telt het domein 28 hectare en telen we achttien druivenrassen’, vertelt Kelly Bloemen van wijndomein Sint-Martinus. In het kenniscentrum vind je ook de wijnkelders. Het is een sfeervol gebouw in natuursteen dat haast in het landschap opgaat. Het domein telt zo’n 120.000 wijnstokken, goed voor een gelijkaardig aantal flessen per jaar en 30.000 flessen wijnbier, sappen en distillaat.

Binnen is alles strak en sober. Je aandacht wordt helemaal getrokken naar een smal, langwerpig raam dat uitkijkt over het golvende landschap. En naar een wandvullend portret van een man. ‘Dat is Stan, de zoon van Hans. Hij groeide op tussen de wijnranken en had al snel het ‘wijnvirus’ te pakken. Hij studeerde oenologie in Zuid-Afrika en Duitsland. Ondertussen heeft hij meer dan 25 jaar ervaring als wijnmaker en heeft hij voluit de kaart van de duurzame wijnbouw gekozen. Wij proeven achtereenvolgens van een Funkelwien en twee smaakvolle rode wijnen, voor we de kelder in duiken.

Hemelse soep

Terug boven is de winterse hemel wat opgeklaard en zetten we onze voettocht verder. Bergaf en weer bergop. Die avond strijken we neer in Gullepe, zoals het plaatsnaambordje zegt. Hier spreekt men Limburgs. De naam Gulpen is alomtegenwoordig als dal, berg, ­rivier en dorp. En je kan Gulpen ook drinken. In zestien soorten. De Gulpener Bierbrouwerij is sinds 1825 een onafhankelijk familiebedrijf. Ondertussen is de achtste generatie aan zet en die heeft zestien speciaalbieren in de aanbieding, helaas te veel om in één avond te proeven.

De volgende ochtend is het grijs. Donkergijs. En de regen valt met bakken uit de lucht. Dat betekent … pratsj. Verschillende keren gaan we ei zo na tegen de grond. Of ze daar niks aan kunnen doen, aan die modder? ‘Nooit. Die pratsj, dat is zoals wij zijn, daar zijn wij uit voortgekomen, die hoort bij onze cultuur. Zoals rommedoe en zoervleisj (stinkkaas en zuurvlees)’, vertelt Herman Wehkamp. ‘Het onderscheidt ons van andere landsdelen. Als het een tijdje onafgebroken geregend heeft of als er natte sneeuw ligt, dan weten wij dat we rekening moeten houden met pratsj.’

De derde etappe van de Dutch Mountain Trail is goed voor drie van de zeven summits: de Gulperberg (157 meter), de Hakkenberg (252 meter) en de Kathenroth (209 meter). Ondertussen zijn we weer ons land binnengesmokkeld. De trail slingert door de glooiende Voerstreek. Ook hier wandelen we afwisselend door dichte loofwouden, mistige naaldbossen, kale plateaus, holle wegen, drassige weilanden, boomgaarden in winterkleed en diep doorsneden valleien. De vakwerkhuisjes lijken uit een sprookjesboek weggelopen. Gelukkig brandt het vuur en kunnen verkleumde hikers zich er laven aan een hemelse kom soep of bekomen met een stuk vlaai.

Einde van een droom

Tijdens de vierde en laatste etappe krijgen we een weidse, maar alweer mistige blik op het dal van de Maas. Dan dalen we af naar de oude dorpskern van Eijsden. Langs de kade liggen witgekalkte herenhuizen met vrolijke luikjes. ’s Winters vaart de veerpont niet en kletsen we acht extra kilometers omweg bij de tocht.

Onze laatste col, D’n Observant (157 meter), geeft zich niet zomaar gewonnen. Na een lange klim en afdaling belanden we in een oude mergelgroeve. Ook de laatste top is een afvalberg. Hij is gemaakt van de deklagen van de Sint-Pietersberg, die voor de mergelwinning grotendeels werd afgegraven. De graafmachines van de Enci-groeve zwijgen sinds 2008 en sinds 2020 ligt ook de fabriek stil. Nu wekt de groeve een bevreemdende, industriële sfeer op en met Maastricht in zicht ontwaken we stilaan uit onze alpiene dromen.

Zelf de Dutch Mountain Trail stappen? Alle praktische info vind je in de reiswijzer op www.pasar.be

Bergen op groot scherm

De Dutch Mountain Trail is in 2020 uitgezet ter gelegenheid van het tiende Dutch Mountain Film Festival (DMFF). Op het filmfestival staan berglandschappen, -sport en -culturen centraal. Uit de geprogrammeerde documentaires en speelfilms spreekt liefde voor het landschap, ontzag voor de natuur, betrokkenheid bij moeder aarde, en nieuwsgierigheid naar verre en minder verre bergculturen. Dat leidt elk jaar tot een programma met historische filmverslagen, spannende docudrama’s, reportages over avontuurlijke expedities en experimentele outdoorprojecten en bijzondere arthousefilms.

‘De Dutch Mountain Trail staat geheel in de traditie van de Jubiläumswege in de Alpen’, klinkt het bij Toon en Thijs van DMFF. ‘Het is niet de langste, maar wel de zwaarste wandeling van Nederland. Met deze wandeltocht willen we bergliefhebbers uit de Lage Landen laten zien dat ze avontuur ook dichter bij huis kunnen vinden. En als je de winter geen seizoen vindt om te wandelen, dan vormt het filmfestival een geweldig alternatief. Elk jaar, in de eerste week van november, gaan we samenzitten als in een berghut: binnen, veilig, warm, genietend.’

deel Artikel

Word lid voor 39€

Op zoek naar kwalitatieve invulling van je vrije tijd?

Word lid van Pasar en ontdek een wereld vol boeiende activiteiten, inspirerende reizen en gezellige samenkomsten. Met Pasar geniet je van een gevarieerd aanbod aan uitstappen en evenementen, afgestemd op jouw interesses en wensen. Sluit je aan bij onze warme community en beleef onvergetelijke momenten samen met andere enthousiaste leden.

Ga voor de Pasar-pas!

lees meer